Finance

Besparingen basispakket vallen tegen

Het schrappen van behandelingen uit het basispakket van de zorgverzekering, zoals de anticonceptiepil, slaapmiddelen en antidepressiva, levert minder besparingen op dan beoogd. Dat stelt de Algemene Rekenkamer in een dinsdag verschenen rapport over de pakketmaatregelen.

De maatregelen leverden het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in de periode 2008-2013 jaarlijks slechts circa 250 miljoen euro aan besparingen op. Dat is de helft van het half miljard waarop gerekend werd. Als voorbeeld geven de onderzoekers het niet langer vergoeden van cholesterolverlagers. Dat had VWS een jaarlijkse besparing van 97 miljoen euro moeten opleveren. Maar in werkelijkheid leverde dit 18 miljoen op.

Minder effectief

De afgelopen jaren heeft de overheid geprobeerd de groei van de zorguitgaven terug te dringen door behandelingen uit het basispakket te halen. Het stopzetten van de vergoedingen zorgde voor veel ophef. Maar volgens de Rekenkamer is het verwijderen van behandelingen uit het basispakket van de zorgverzekering minder effectief gebleken dan beoogd. Hier zijn meerdere oorzaken voor te geven, zoals substitutie naar andere zorg uit het basispakket en veranderende zorgvraag. "Overigens kunnen de gerealiseerde besparingen ook tegenvallen omdat deze aanvankelijk zijn overschat."

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) volgt de realisatie van de besparingen na de inwerkingtreding van de uitstroommaatregelen niet systematisch. "Zeker bij de maatregelen met een grote verwachte besparing (zoals fysiotherapie) mag dat toch worden verwacht", stelt de Rekenkamer. VWS verwerkt informatie over gerealiseerde besparingen zelden in begrotingen of jaarverslagen. Hierdoor is het onduidelijk of het beleid van de minister het gewenste effect heeft en kunnen de minister en de Tweede Kamer geen lessen trekken voor de toekomst.

Zorguitgaven

Volgens het Centraal Planbureau stijgen de zorguitgaven de komende jaren, van 13 procent van het bbp nu, tot 22 à 31 procent in 2040. De Rekenkamer betwijfelt of het bezuinigingsdoel van het kabinet van jaarlijks 225 miljoen euro vanaf 2017 behaald zal worden.

Half april schreef minister Edith Schippers aan de Tweede Kamer dat niet alleen moet worden gekeken naar de behandeling als zodanig, maar meer naar de patiënt die de behandeling nodig heeft. "Uitgangspunt moet zijn dat verzekerden alleen aanspraak maken op zorg als dat effectief en doelmatig is. Op die manier kunnen meer behandelingen worden vergoed, terwijl de totale kosten dalen", aldus Schippers.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank Conijn

29 april 2015

Ik vraag me af waar 22-31% vandaan komt. Eind 2011 berekende het CPb nog 16-24% voor 2040; zie http://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/download/cpb-policy-brief-2011-11-trends-gezondheid-en-zorg.pdf (blz. 12, 4e alinea). Gezien dat de zorguitgaven in 2013 binnen de begroting lijken te zijn gebleven, en dat per 2015 het mes diep in de ouderenzorg is gezet door de extramuralisering en de WMO-bezuiniging, lijkt 22-31% sterk overdreven.

Ook zou het basispakket alleen uitgedund moeten worden als het gaat om zorg die als luxe bestempeld moet worden. Of duidelijk niet-kosteneffectief is -- anders krijg je alleen maar substitutie naar duurdere methoden. Wellicht wil men een lans breken voor denivellering of verschraling van de zorg, wat het gevolg is van het anderszins uitdunnen. Maar dat is aan politieke partijen, waar we al dan niet op kunnen stemmen. Niet aan het CPb of de Rekenkamer.

Vergrijzing gaat gepaard gaat met stijgende zorgkosten -- zo'n 80% van de kosten wordt uitgegeven aan mensen in hun laatste levensdecennium, en de bevolking vergrijst snel nu. Tot 2040, daarna neemt hij weer af.

De zorg kosteneffectiever maken, dat is wel sociaal én haalbaar. Daartoe zou inderdaad het Kwaliteitsinstituut zijn doorzettingsmacht meer moeten gebruiken. Niet zozeer om daarmee meer richtlijnen af te dwingen, want voor richtlijnen moet voldoende deugdelijk wetenschappelijk bewijs voorhanden zijn en dat is er vaak niet. Bovendien blijkt dat richtlijnen lang niet altijd gevolgd worden.

Wat het instituut wel, en zelfs op relatief korte termijn kan doen is Uitkomstfinanciering realiseren -- de zorgaanbieder krijgt dan betaald voor de resultaten, niet voor de verrichtingen. (En de bijna unanieme parlementaire motie ter realisatie van Uitkomstfinanciering is een belangrijke reden geweest om het instituut op te richten.) Hoe het instituut dat (vlot) kan doen staat beschreven op https://gezondezorg.org/uitkomstfinanciering en dochterpagina's.

Verder zou, voor de langere termijn, de minister morgen de biochemische wereld moeten vragen om een accurate biomarker-sneltest te ontwikkelen waarmee objectief aangetoond kan worden hoe het voedings- en beweegpatroon van mensen is. Om daarmee een systeem van zorgpremiekorting voor mensen met een gezond patroon te realiseren.

Dat patroon is na roken de meest invloedrijke factor op de gezondheid en dus de zorgkosten. (Men zou misschien rokers ook een hogere zorgpremie willen laten betalen, maar de tabaksaccijnzen en de extra zorgkosten aan rokers houden elkaar nu waarschijnlijk ongeveer in evenwicht.) Zie voor de details daarvan https://gezondezorg.org/preventiebeleid.

Top