ACTUEEL

Advies: dertig procent meer tandartsen opleiden

Er moeten meer tandartsen worden opgeleid. Het Capaciteitsorgaan adviseert minister Bruins (Medische Zorg) om 311 opleidingsplaatsen tandheelkunde te financieren in plaats van de huidige 240. Dat is een uitbreiding van bijna dertig procent van de opleidingscapaciteit.

Het Capaciteitsorgaan onderzoekt de toekomstig benodigde capaciteit aan professionals in de zorg en de daarvoor benodigde instroom in de opleidingen en rapporteert hierover aan de zorgsector en de overheid. De ministeries van OCW en VWS hebben het Capaciteitsorgaan gevraagd om te onderzoeken hoeveel tandartsen en mondhygiënisten en nodig zijn in de eerstelijns mondzorg.

Het Capaciteitsorgaan komt nu met een tussentijdse raming voor de tandartsen. Dat is nodig omdat de instroom van buitenlandse gediplomeerde tandartsen afneemt. Voor mondhygiënisten voorziet het Capaciteitsorgaan geen grotere capaciteitsbehoefte. Het advies aan minister Bruins is dan ook dat de instroom bij de opleidingen mondzorgkunde niet verhoogd hoeft te worden. Het tussentijdse advies vraagt feitelijk om een verlaging van de instroom naar 294 studenten, maar het Capaciteitsorgaan adviseert om de huidige numerus fixus van 300 opleidingsplaatsen te handhaven.

In het tussentijds advies zijn alleen de zogenoemde  ‘harde parameters’ meegenomen, zoals de aanbod- en opleidingsparameters en de verwachte demografische vraagontwikkeling. In de loop van 2019 moet er een advies komen waarin ook rekening wordt gehouden met factoren zoals epidemiologie, sociaal culturele factoren , vakinhoudelijke ontwikkelingen en horizontale en verticale taakherschikking. Over dit laatste is de afgelopen jaar veel discussie, met name over de vraag of mondhygiënisten taken van tandartsen kunnen overnemen.

In een reactie roept de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT) de minister op om het advies "serieus te nemen". "In provincies als Drenthe, Limburg en Zeeland is er nu al een groot tekort", schrijft voorzitter Jan Willem Vaartjes in zijn blog op Skipr. "En ook in de Randstad zullen patiënten binnenkort op een forse wachtlijst moeten rekenen, als ze al een tandarts kunnen vinden. Dat is het trieste resultaat van het jarenlang negeren van de adviezen van het Capaciteitsorgaan om meer tandartsen op te leiden, zonder dat de verantwoordelijke bewindslieden ooit iets met deze adviezen hebben gedaan. Maar dit het moment om het tij te keren."

Volgens de ANT heeft het ministerie zich blindgestaard op taakherschikking, terwijl die niet van de grond kwam.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

bisschop

10 februari 2019

Bij politieke keuzes is de burger leidend, maar realiseert met zich dat wel genoeg?

Voor capaciteit problemen in de zorg is een belangrijke politieke oplossing: taakherschikking. Taakherschikking is verschuiving van taken en verantwoordelijkheid van hoog naar lager opgeleide zorgprofessional. VWS en de VVD minister noemen dat: ‘de juiste zorg op de juiste plaats’ met als belangrijkste doel de zorg goedkoper maken. Dat betekent niet alleen van de 2e naar de 1e lijn maar vooral van dokter naar PA / NP, van tandarts naar mondhygiënist.

Inmiddels is al lang duidelijk dat zorg (op maat) zich niet altijd laat protocolleren, dat protocolleren en vastleggen überhaupt vaak meer kost dan bespaart en de kwaliteit juist onder druk zet. Het heeft dus niet het effect dat de minister en VWS beogen, al jaren niet. Edoch, men blijft dit politieke standpunt verdedigen, en perst het de twee kamers door, waar politieke allianties meer leidend lijken dan inhoud.

Vooralsnog weten de zorgprofessionals zelf grote sprongen te realiseren in het beter organiseren van de zorg. Soms kiest men er voor om de zorg passend, individueel uit te besteden aan persoonlijk opgeleide PA , NP, maar ook aan mondhygiënist. Altijd onder verantwoordelijkheid en in aanwezigheid van de (tand)arts. Zorg onder één dak heet dat. Dit is gecontroleerde zorg en dus patiënt veilig.

In de mondzorg willen VWS & de VVD minister veel verder gaan. De mondhygiënist moet 1e verantwoordelijke worden: de huisarts voor de mondzorg. Mocht de patiënt onverhoopt een tandarts nodig hebben (denk o.a. aan pijn ), tja ….. Dáár heeft men in Den Haag eigenlijk nog geen antwoord op. Dat wil men ‘aan het veld’ over laten, want Den Haag maakt beroepsvelden graag verantwoordelijk voor eigen beleid. Met andere woorden de overheid maakt de rotzooi, het veld mag het opruimen en de burger is slachtoffer.

Alleen als de kiezer zich er mee gaat bemoeien zal de politiek gaan luisteren. Het grote voordeel voor de zorgprofessionals is dat zij direct contact hebben met de stemmende burger, hun patiënten. De zorgprofessional moet hen mee gaan nemen en uitleggen wat er speelt en waar de gevaren liggen. Het is immers de burger/ de patiënt die het laatste woord heeft.

Jorinde Oostenbroek-Bisschop

Top