HRM

Bedrijfsartsen noteren bijna vierduizend beroepsziekten

Bedrijfsartsen hebben vorig jaar 3854 meldingen van beroepsziekten geregistreerd in de Nationale Beroepsziekteregistratie. De meest gemelde beroepsziekten zijn psychische aandoeningen en aandoeningen aan het houding- en bewegingsapparaat.

Dit blijkt uit ‘Kerncijfers Beroepsziekten 2019’ van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB), Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid van Amsterdam UMC. Psychische beroepsziekten troffen de 761 bedrijfsartsen vooral aan in het onderwijs, de financiële dienstverlening en de IT-branche. Aandoeningen aan het houding- en bewegingsapparaat treffen vooral werknemers in de industrie, ‘landbouw, bosbouw en visserij’ en de bouwnijverheid.

Arbeidsongeschiktheid

Uit de nationale beroepsziekteregistratie 2018 blijkt dat beroepsziekten even vaak voorkomen bij mannen en vrouwen en toenemen met de leeftijd: een derde van alle meldingen betreft werknemers boven de 55 jaar. De gevolgen van een beroepsziekte blijven groot voor de arbeidsparticipatie: bij 84 procent leidt de beroepsziekte tot tijdelijke en bij 6 procent tot blijvende arbeidsongeschiktheid.

Preventie

Het NCvB benadrukt in de rapportage over 2018 het grote belang van preventie op de werkplek. Veel ziektegevallen kunnen door gezonde werkomstandigheden worden voorkómen. Bij elf veel voorkomende aandoeningen is een daling tussen de 3 en 25 procent haalbaar.

Kerncijfers Beroepsziekten 2019 is opgesteld door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten van het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, Amsterdam UMC, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het rapport geeft een overzicht van het aantal en de aard van geregistreerde beroepsziekten en de verdeling binnen sectoren en beroepen in Nederland. Daarnaast beschrijft het wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot beroepsziekten.

1 Reacties

om een reactie achter te laten

PJM van Loon

17 september 2019

Het is vrij moeizaam te verteren vanuit de visie van een klassiek geschoolde orthopeed ( Duitstalige praktische anatomie, vorm volgt functiedenken, een gezonde geest ontwikkelt zich vooral in een gezond lichaam) met langdurige ervaring met het opgroeiend lichaam met gebreken ( als scoliose, kyfose en andere groeistoornissen) , dat de kennis over hoe belangrijk het is om het kind een goede houding en een kwalitatief hoogwaardig steun-en bewegingsapparaat mee te geven is weggezakt in de geneeskunde, in de opvoedkunde, in de common sense. Bedrijfsartsen worden geconfronteerd met zeer veel problemen op dit vlak en zijn niet uitgerust met voldoende tools om te kunnen sturen. Aandoeningen worden in de volwassenheid aan werk en omgeving geweten, terwijl de ontwikkeling in die eerste 18 jaar naar voldoende lichamelijke en geestelijke belastbaarheid nauwelijks nog als primaire preventie/ hygiëne verzorgd of zelfs begrepen wordt. Het RIVM waarschuwt ook: de sedentaire leefstijl van de jeugd zorgt ervoor, dat iedere nwe generatie ongezonder is als de vorige en dat vroege chroniciteit, tot kanker aan toe . Zitten, te vroeg, te veel, te veel verkeerd heeft een negatieve invloed op alle groeiprocessen. Denk alleen maar aan de tussenwervelschijven, die geen schijn van kans op optimalisatie in vorm en functie meer maken.
Beroepsziekten benoemen en bespreken van het steun en bewegingsapparaat en het zenuwstelsel zonder de intrinsieke "kwaliteit" van de werknemer, zoals hij die uit zijn groeiperiode heeft meegenomen, te kennen of te benoemen, maakt brede oplossingen onmogelijk.
Bij nalezen van de aan het steun-en bewegingsapparaat in deze lijst gehangen aandoeningen ontbreekt iedere verwijzing naar de pre-existente houding en functionaliteit. De verklaringen over ontstaan rug-en nekklachten, artrose, RSI, CTS, knieklachten etc. snijden dan ook geen hout vanuit etiologiedenken , waarin lichaamsontwikkeling een belangrijke plaats in hoort te nemen ( orthopedie was al vanaf 1741 het opkomend kennisveld over gezond opgroeien) . De lichaamshouding is juist een makkelijk te onderzoeken onderdeel bij goed lichamelijk onderzoek, net als de nu zeer veel voorkomende korte neuromusculaire structuren ( doe maar eens de Finger Floor test en de straight leg raising test bij ieder lichamelijk onderzoek bij welke klacht dan ook) .
Werknemers met een zittende baan, waar praten het hoofdbestanddeel is, hebben het het moeilijkst: ook hun achterlopen in opbouw weerbaarheid vanuit de jeugd maakt dat daar bv zeer veel rug-en nekklachten zich voordoen. Maar omdat hun werk "niet zwaar" is, wordt het verminderde vertrouwen dat zij op hun lichaam moeten gaan krijgen, misschien wel eerder "omgezet" in psychische spanningen. Preventie op het gros van deze lijst is helaas alleen in de groeifase effectief, maar bijsturen van houding en flexibiliteit met heldere uitleg kan tot op hoge leeftijd veel schelen in zorgvraag.
Defensie als bedrijfstak is een prachtige proeftuin voor bedrijfsgeneeskunde om daar de aanjagende werking van onvoldoende goede houdingen en veel te korte spieren op de dramatisch lage inzet te bestuderen.

Top