Finance

CZ-prijslijst zegt alleen iets over willekeur eigen risico

CZ haalde de voorpagina's met het openbaar maken van de tarieven van ziekenhuisbehandelingen. Goed idee, zou je zo denken. Maar al snel kwam de verbazing: waarom lopen die tarieven zo sterk uiteen?

Het antwoord was in eerste instantie dat je met alleen tarieven niks kunt, je moet ook de kwaliteit weten. Fair point natuurlijk, maar het ging om echt grote verschillen - tot wel 500 procent (!) - zo liet NRC zien. Levert het ene ziekenhuis Fiat Punto’s en het andere Ferrari’s? Nee, natuurlijk niet, zeker niet voor deze relatief goedkope en daarmee simpele tweedelijns zorg. Een andere verklaring was al snel dat bijvoorbeeld academische ziekenhuizen duurder zijn dan algemene ziekenhuizen. Dat klopt intuïtief, maar nog steeds zijn de prijsverschillen groot, zou dit echt de verklaring kunnen zijn?

Kosten en kwaliteit aan elkaar gelinkt

We zijn de cijfers ingedoken en hebben kosten en kwaliteit aan elkaar gelinkt via enerzijds de CZ-database en anderzijds de kwaliteitsindicatoren (gemiddelde scores per ziekenhuis op proces- en uitkomstindicatoren) die beschikbaar zijn via Zorginstituut Nederland. Zie hieronder het resultaat, waarin zes DOT’s chemotherapie bij borstkanker opgenomen zijn.

Wolk KPMG

In de figuur is per zorgaanbieder de gemiddelde afwijking van de gemiddelde prijs van deze handelingen uitgezet tegen een gemiddeld rapportcijfer uit vier proces- en uitkomstindicatoren voor borstkanker. Er is geen verband tussen prijs en kwaliteit waarneembaar, noch een verband tussen type instelling of prijs. Ook zijn de kwaliteitsverschillen relatief klein van 9,4 tot 10 punten (op deze indicatoren is trouwens het nodige af te dingen qua relevantie en datakwaliteit).

Dit voorbeeld betreft chemotherapie bij borstkanker, maar ook alle andere aandoeningen die we bekeken hebben, laten puntenwolken zonder een verband zien.

Budget

Iedereen die de wereld van zorginkoop en zorgverkoop kent, weet dat er nauwelijks op behandelingsniveau onderhandeld wordt. Er wordt onderhandeld op budgetniveau per ziekenhuis, waarbij het uitgangspunt het budget van het jaar ervoor is plus of min inflatie, adherentiegroei, demografie, etcetera. Daar wordt ook naar prijs gekeken. Niet op productniveau, maar op gewogen gemiddelde niveau van alle zorgproducten samen, waarbij er wordt rondgerekend op een budget. Ook dan zijn er prijsverschillen tussen ziekenhuizen, maar die zijn fors lager.

Deze manier van onderhandelen op budgetniveau is er sinds 2012 en is succesvol gebleken in het afremmen van de groeivoet van ziekenhuiszorg. Maar nu wordt wel pijnlijk duidelijk dat deze manier van onderhandelen zich slecht verhoudt met een eigen risico van 875 euro. Het is immers bijna toeval welke rekening er bij je op de mat valt als patiënt.

Openbare tarieven

De echte vraag daarmee is of die openbare tarieven wat gaan opleveren. Reeds in 2014 schreven we tijdens de evaluatie van de Zorgverzekeringswet dat openbare tarieven ertoe zouden kunnen leiden dat patiënten bewuster keuzes gaan maken voor het ziekenhuis waar ze heen gaan. Dit zou dus een kostendrukkend effect moeten hebben. Echter, op dat moment (net als nu) waarschuwden partijen ook: als je tarieven openbaar maakt, dan zullen goedkope ziekenhuizen hun prijzen gaan verhogen.

Wij denken dat openbaarmaking per saldo een gunstig effect zal hebben, en wel om drie redenen. Allereerst is het zo dat er al heel veel (kost)prijsinformatie voor ziekenhuizen beschikbaar is in de vorm van benchmarks. Zo nieuw zijn deze cijfers daarmee niet voor de onderhandelteams van ziekenhuizen. Ten tweede verwachten we een mild effect van mensen die toch even nadenken voordat ze dat dure ziekenhuis binnenlopen. Het belangrijkste effect verwachten we echter van ziekenhuizen en zorgverzekeraars die vinden dat zulke variaties toch niet kunnen, waardoor ziekenhuizen een betere rekensom maken rondom hun prijsstelling en beter zullen sturen op doelmatige zorg.

Of het echt zo gaat lopen? We gaan het zien. Idealiter wachten andere zorgverzekeraars nog even met het openbaar maken van de tarieven. Dan zou je onderhandelresultaten tussen CZ en andere zorgverzekeraars over de jaren kunnen vergelijken en zien wat de uiteindelijke impact echt is. Tot die tijd blijft het speculeren!

David Ikkersheim, Machiel Koper, Peter Bosschaart en Ilona van Mechelen

Allen werken in het zorgteam van KPMG

PS: zie hier een overzichtelijke tool voor de CZ tarieven.

3 Reacties

om een reactie achter te laten

Arend Jan Poelarends

12 augustus 2016

Goede analyse van iemand die zowel de wereld van zorginkoop- als verkoop kent. De meeste commentaren over de CZ-actie waren nogal eenzijdig.

Het zou een verassing zijn wanneer er een verband was aangetoond tussen de hoogte van de tarieven en de geleverde kwaliteit. Want (wanneer komen de andere zorgverzekeraars?) er zijn ook (onverklaarbare) tariefsverschillen tussen zorgverzekeraars bij hetzelfde ziekenhuis.

Mogelijk ligt er nog wel een verband tussen de hoogte van de kapitaallasten en de tariefsverschillen. De grafiek van Mark Merkus (LinkedIn) laat zien dat bij de ziekenhuizen met hoogste tarieven een aantal ziekenhuizen staat waar recent een nieuw gebouw in gebruik is genomen: Isala, Deventer, MST, JBZ. Nacalculatie op kapitaallasten is afgeschaft, of toch niet helemaal en is er een andere vorm van bekostiging in de vorm van opslag in de tarieven voor teruggekomen.

Gijs van Loef

13 augustus 2016

De rekenmeesters van KPMG constateren op basis van eigen data analyse dat erg geen verband te vinden is tussen de prijs en de kwaliteit van zorg, zij zien louter ‘puntenwolken zonder een verband’. Er zijn enorm veel prijzen, maar de kwaliteit van concrete zorg is en blijft onbekend. Het is eigenlijk net als die jaarlijkse lijst van de ‘beste ziekenhuizen’ van het AD, bedenk ik mij.

KPMG zegt zich te kunnen voorstellen om door te gaan met de openbaarmaking van tarieven omdat dit ‘naar verwachting een gunstig effect zal hebben’. Gunstig in welk opzicht?
KPMG meent dat het ‘nu wel pijnlijk duidelijk wordt dat deze manier van onderhandelen zich slecht verhoudt met een eigen risico van 875 euro. Het is immers bijna toeval welke rekening er bij je op de mat valt als patiënt.’ Dit raakt de ethiek van de zorg. Is dat ook een opzicht? KPMG probeert het cijfermatig op te lossen. Nog meer werk voor rekenaars, nog jaren werk.

Heimelijk heeft de bestaande brede politieke coalitie met de zorgverzekeraars binnenboord besloten dat de zorgverzekeringswet nog 10 jaar vooruit kan. Inmiddels behoort onze gezondheidszorg met het unieke nederlandse gedachtengoed van gereguleerde marktwerking na 10 jaar ploeteren en heel veel rekenen en andersoortige overhead in internationaal opzicht tot een van de allerduurste van de wereld. Daar is ook een lijstje van (OECD).

Onze gezondheidszorg staat op een fundament van betaalbaarheid, solidariteit en toegankelijkheid van een goede basiszorg. Dit geeft de bevolking de zekerheid van een veilige gezondheidszorg, waarbij kwaliteit als het ware intrinsiek gewaarborgd is, of zou moeten zijn. De bestaande transparantie-cultuur bevordert het cijferfetisjisme en beloont niet-medische belangen maar breekt het vertrouwen van de mensen in de kwaliteit van onze gezondheidszorg af.

Wat de minister nu zou behoren te doen is bij wet basiszorgpolissen met een hoger eigen risico dan de wettelijke 385 euro verbieden.

Jaap van den Heuvel

15 augustus 2016

Goed verhaal, maar het wordt nog erger; die kwaliteitscijfers zeggen ook niets omdat die niet goed extern getoetst worden. Dus je hebt een grafiek met op beide assen onzin. En inderdaad; de patiënt is de dupe, want die betaalt een eigen risico op basis van een onzinbedrag. Dat moet dus snel anders; vaste normprijzen waarop ziekenhuizen korting geven. Dan weet de patiënt wél waar hij of zij aan toe is. Kan KPMG toch niet eens een berekening maken over het gehele prijsniveau per ziekenhuis. Dat kan namelijk wel tot betrouwbare inzichten leiden over de doelmatigheid per ziekenhuis. Maar die willekeur naar patiënten moet er natuurlijk direct uit! Klusje voor de Consumentenbond.

Top