Foto: metamorworks/stock.adobe.com
Dat blijkt uit het Werkplan 2026 dat op 11 december 2025 is gepubliceerd en als bijlage met Kamerbrief naar de Tweede Kamer is gestuurd.
Ruimte voor vernieuwing
De IGJ positioneert zich niet alleen als handhaver van kwaliteits- en veiligheidsnormen, maar wil ook ruimte geven aan vernieuwing en deze waar nodig zelfs aanjagen. Dat gebeurt gedifferentieerd: zorgaanbieders met een stevig kwaliteitssysteem en een lerende cultuur krijgen meer vertrouwen en dialoog. Bij andere aanbieders volgt gerichte verbetering of handhaving. Ook bij Wkkgz‑meldingen (incidenten/calamiteiten) wil de inspectie gedifferentieerder optreden: uitgebreid beoordelen alleen als daar aanleiding toe is.
Kwetsbare groepen
De IGJ gaat per IZA‑regio kijken naar de cruciale ggz: is gespecialiseerde zorg voor jongeren en volwassenen dichtbij beschikbaar? Werkt de samenwerking tussen ggz, huisartsen en sociaal domein en slagen partijen erin de wachttijden terug te dringen? De inspectie wil knelpunten agenderen op stelselniveau en zoomt in op groepen met meervoudige problematiek, zoals mensen met een beperking (eventueel met verslaving), die vaak tussen wal en schip raken.
Langer thuis
Door vergrijzing en overheidsbeleid wonen meer ouderen zelfstandig, met een grotere rol voor mantelzorg en vrijwilligers. De IGJ gaat in verschillende regio’s de structurele samenwerking onderzoeken in de eerste lijn (huisartsen/POH‑ouderen, wijkverpleging, casemanagers dementie, specialisten ouderenzorg). Daarnaast brengt de inspectie de doorstroming in de keten ‘Thuis–Ziekenhuis–Thuis’ in kaart en bekijkt zij de relatie tussen calamiteiten en crisisopnames in verpleeghuizen. Ondervoeding krijgt specifieke aandacht: gemiddeld is 1 op de 10 thuiswonende ouderen ondervoed; bij ouderen met thuiszorg zelfs ongeveer 1 op de 3. De IGJ richt zich op het versterken van regionale netwerken rond signalering en voorkomen.
Samen optrekken
De inspectie wil toezichtinformatie sectoroverstijgend bundelen en regiogericht inzetten. Daarbij zoekt IGJ nauwere samenwerking met Wmo‑toezichthouders, voor het delen van gegevens en vergroting het zicht op risico’s. Ook stimuleert de IGJ de implementatie van een regionale preventie‑infrastructuur (leefstijl en mentale gezondheid) en kijkt ze naar de samenwerking binnen oncologie‑zorgnetwerken en op infectiepreventie.
Samen beslissen
De IGJ wil dat samen beslissen vanzelfsprekend wordt in alle sectoren en haalt in 2026 actief patiëntenervaringen op (o.a. via burgerpanel en ggz‑vragenlijsten). Tegelijk wil de IGJ duidelijkheid geven over (medische) richtlijnen en de spanning die die opleveren met betrekking tot het leveren van passende zorg. Onder voorwaarden kan verantwoord worden afgeweken als dat nodig is voor passende zorg. Beroepsgroepen worden gestimuleerd richtlijnen te actualiseren. Verder wil de IGJ werken aan merkbare afname van de regeldruk.
Technologie en AI met randvoorwaarden
De IGJ ziet digitale innovaties – van AI‑ondersteunde diagnostiek tot beeldbellen en gegevensuitwisseling – als kans om toegang, kwaliteit en doelmatigheid te verbeteren, maar wijst op risico’s als innovaties niet verantwoord worden ingezet of onvoldoende aansluiten bij patiënten (denk aan digitale geletterdheid). De inspectie vraagt gericht uit naar AI‑toepassingen bij instellingen, maar ook naar belemmeringen voor fabrikanten/ontwikkelaars. De IGJ bereidt zich bovendien voor op nieuwe wetgeving: de Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz), European Health Data Space (EHDS), Cyberbeveiligingswet en de AI Act.
Keuzes
Door een structurele bezuiniging (1 procent in 2025; vanaf 2029 op jaarbasis 2,5 procent minder) moet de IGJ scherper prioriteren. Tegelijk investeert de inspectie in data en informatievoorziening: een CIO‑bureau bewaakt digitale kaders en algoritme‑inzet; het kernsysteem wordt gefaseerd vervangen.

