Vrouwen tussen de 50 en 75 jaar komen in aanmerking voor bevolkingsonderzoek om borstkanker zo vroeg mogelijk op te sporen. Het standaardonderzoek gebeurt elke twee jaar met een mammografie, een röntgenfoto. Bij 5 tot 8 procent van de vrouwen is het borstweefsel zeer dicht, waardoor eventuele tumoren slechter te zien zijn. MRI-scans bieden dan uitkomst.
Lastige keuzes maken
Het RIVM adviseert de MRI-scans toe te voegen aan het bevolkingsonderzoek, waarbij de uitvoering gebeurt in ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. Het is wel belangrijk dat “genoeg personeel en apparatuur beschikbaar blijven voor andere medische onderzoeken waarvoor MRI nodig is”, aldus het RIVM.
Demissionair staatssecretaris Judith Tielen (Preventie) laat in een eerste reactie weten dat ze de aanvullende scans “zo snel mogelijk wil realiseren”. Ze ziet wel dat op basis van het rapport van het RIVM “een aantal lastige keuzes” gemaakt moet worden over de precieze invulling. Dan gaat het bijvoorbeeld om de organisatie en om hoe vaak vrouwen die het betreft een scan aangeboden moeten krijgen. Uiterlijk begin november wil Tielen daar meer over zeggen.
Pijnlijk
“Dat er een grote doorbraak aankomt voor deze vrouwen is nu zeker”, zegt Tielen. Dat daar jaren op moest worden gewacht, en dat het ook nu nog tijd zal kosten om het in te voeren, noemt de staatssecretaris “pijnlijk”. Het RIVM verwacht dat de invoering van de MRI-scans bij het bevolkingsonderzoek vier tot vijf jaar duurt. De Borstkankervereniging noemt dat “onacceptabel” en pleit voor een snellere variant. (ANP/Skipr)