Op 30 maart ging het transferpunt officieel uit de startblokken. Binnen het samenwerkingsverband brengen het WZA en de vvt-organisaties hun vraag en aanbod bij elkaar voor mensen die na een huisartsverwijzing, SEH-bezoek of ziekenhuisopname vervolgzorg nodig hebben.
Sneller besluiten
Het gaat om mensen die geen ziekenhuiszorg meer nodig hebben, maar nog niet naar huis kunnen vanwege een revalidatie- of herstelbehoefte, een beperkt sociaal netwerk of door andere omstandigheden.
“Binnen het regionaal transferpunt hebben we de juiste professionals en expertise samen aan één tafel”, vertelt Gerda Hemmink, manager capaciteit en keten in het WZA. “Daardoor kunnen we veel makkelijker schakelen, sneller besluiten nemen en de juiste zorg organiseren op het juiste moment.” Indien nodig wordt er ook buiten de regio naar een passende plek gezocht.
IZA
De werkwijze van het transferpunt sluit aan bij landelijke afspraken uit het Integraal Zorgakkoord (IZA). Hoewel de loket geen oplossing biedt voor de complexere zorgvraag en overbelasting van mantelzorgers, draagt het volgens het WZA bij aan een betere organisatie van zorg en soepelere doorstroom tussen het ziekenhuis en de ouderenzorg.
“In Assen laten we zien dat samenwerken echt werkt”, stelt Hemmink. “Doordat we elkaar snel weten te vinden en inzicht hebben in beschikbare capaciteit, kunnen we mensen sneller helpen en onnodig wachten voorkomen.”
Vooruitplannen
In het tactisch planningsoverleg kijken het ziekenhuis en de vvt-organisaties acht weken vooruit in de tijd. Op basis van historische gegevens ontstaat er inzicht in het verwachte aantal opnames, operaties en de benodigde vervolgzorg.
Met deze input stemmen de samenwerkingspartners hun capaciteit op elkaar af. “Door samen vooruit te kijken, komen we minder voor verrassingen te staan. We zien drukte eerder aankomen en kunnen daar samen op inspelen. Dat merk je direct in de praktijk”, besluit Hemmink.
