De Wereldgezondheidsorganisatie verwacht in 2030 een wereldwijd tekort van tien miljoen zorgverleners. Burn-out, langdurig ziekteverzuim en vertrek uit het vak zetten zowel de kwaliteit als de houdbaarheid van de zorg onder druk. Ziekenhuizen, overheden en onderzoekers investeren volop in het verbeteren van welzijn, maar vrijwel elke studie meet welzijn anders. Daardoor is het nauwelijks mogelijk interventies te vergelijken of vast te stellen welke daarvan echt werken.
Kernuitkomsten
Op volgorde van prioriteit zijn de tien kernuitkomsten uit de studie: werk-privébalans, werkplezier, kwaliteit van leven, motivatie, mentale gezondheid, betekenisvol werk, tevredenheid over het inkomen, werkcultuur, ervaren professionele groei en stress. De top drie is weinig verrassend: een Britse Delphi-studie onder ziekenhuisartsen kwam eveneens uit op werkplezier en werk-privébalans, wat erop wijst dat dit stabiele ankerpunten zijn en geen lokale bevinding.
Inkomen
Opvallender is wat er níet in staat. Relaties, vaak gezien als kern van werkplezier, ontbreken, net als autonomie en regelruimte. De auteurs vermoeden dat het panel deze eerder ziet als voorwaarden die welzijn vormgeven dan als uitkomsten op zichzelf. Tevredenheid over het inkomen haalde de top tien juist wél.
Het onderzoek is geleid vanuit het UMCG (Maarten van der Laan, Tom Bazuin en Amber Boskma), het UMC Utrecht (Lotty Hooft), het Amsterdam UMC (Sarah Mugge en Dave Dongelmans), en de Universiteit van Zürich (Jesús Lopez-Alcalde)
