In de opleiding wordt gewerkt met simulatieonderwijs: een leermethode waarbij gesimuleerde scenario’s worden gebruikt om studenten vaardigheden te laten oefenen. Door studenten langer en intensiever buiten de operatiekamer op te leiden, neemt de begeleidingsdruk op OK-teams af, terwijl toch de opleidingscapaciteit in de regio wordt vergroot.
Tekorten
In de zeven ziekenhuizen die samenwerken – het gaat om Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, Maasziekenhuis Pantein, Radboudumc, Rijnstate, Sint Maartenskliniek, Ziekenhuis Gelderse Vallei en Ziekenhuis Rivierenland – werken momenteel ongeveer 360 operatieassistenten. Er is nu een tekort aan ruim dertig voltijdsbanen. Dit tekort neemt toe de komende jaren, stellen de ziekenhuizen, naar vijftig voltijdsbanen.
Eerst vaardigheden leren
Studenten starten met theorie- en simulatieonderwijs op de HAN, afgewisseld met korte stages in het ziekenhuis. Studenten kwamen in de reguliere route vrijwel direct in de operatiekamer terecht. Nu leren ze eerst vaardigheden. “Zo neemt de begeleidingsdruk op OK-teams af”, aldus het persbericht.
Grenzen
“Deze nieuwe manier van opleiden vraagt om lef,” zegt Arianne Slijkhuis, programmamanager van het regionale samenwerkingsprogramma. “Het huidige systeem loopt tegen grenzen aan. Door over de muren van onze eigen organisaties heen te kijken en regionaal samen één nieuwe opleiding te ontwikkelen en uit te voeren, bundelen we kennis en capaciteit en nemen we samen verantwoordelijkheid. Daarmee lopen we als regio voorop in Nederland.”
