Dat meldt het Arnhemse ziekenhuis maandag op basis van onafhankelijk onderzoek naar de manier waarop in het verleden met donorzaad is omgegaan. De bekentenis van de voormalige arts was daarvoor de aanleiding. De man, die werkte in de kliniek van het Elisabeth Gasthuis dat later samen met twee andere ziekenhuizen Rijnstate werd, heeft een erfelijke ziekte.
DNa-onderzoek
Om hoeveel donorkinderen het in totaal gaat en wat het motief van de man was, is volgens het ziekenhuis onduidelijk. Kortgeleden werkte de voormalige arts mee aan een DNA-onderzoek. Dat hij een erfelijke ziekte heeft kwam eind 2024 al naar voren in een documentaire en het rapport bevestigt dit. Rijnstate roept mogelijke donorkinderen van de gynaecoloog op om hun DNA te geven aan expertisecentrum Fiom.
De voormalige gynaecoloog heeft tegen de onderzoekers verklaard dat hij zijn eigen zaad gebruikte als de donor het liet afweten. In die tijd was er nog geen wetgeving over fertiliteitsbehandelingen, wel waren er richtlijnen en gedragsregels. Daarin stond bijvoorbeeld dat een arts niet verder in de privésfeer van de patiënt mocht doordringen dan noodzakelijk.
Onacceptabel
“Wij vinden het handelen van de dokter – ook in het licht van die tijd – onacceptabel. Er is geen twijfel dat het gebruik van eigen zaad door een arts bij fertiliteitsbehandelingen van patiënten in strijd is met deze gedragsregels”, aldus Rijnstate-bestuurder Hans Schoo. De onderzoekers concluderen ook dat Rijnstate zich te weinig heeft ingeleefd in de gevolgen van kunstmatige inseminatie voor donorkinderen en ouders. “Mensen hebben vaak het gevoel gehad dat hun vragen onbeantwoord bleven. Dat betreuren we”, aldus Schoo. (ANP)