Beeld: Tanya/stock.adobe.com
In 2020 vroeg de Nederlandse Vereniging van Anesthesiemedewerkers (NVAM) het ministerie van VWS om het beroep van anesthesiemedewerker te beschermen door opname in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Een jaar later diende ook de Landelijke Vereniging van Operatieassistenten (LVO) een verzoek in om wettelijke bescherming voor OK-assistenten. Daarmee wilden zij voorkomen dat onbevoegden als operatieassistent worden ingezet. Zorginstituut Nederland wees beide verzoeken af. Volgens het instituut was wettelijke regulering niet noodzakelijk om patiëntenveiligheid te borgen.
Ongekwalificeerd personeel
“Dat is inmiddels dus wel anders”, zeggen LVO-voorzitter Nicole Dreessen en NVAM-voorzitter Remko ter Riet in Zorgvisie. Beide beroepsverenigingen ontvangen al langere tijd verontrustende signalen van leden. Zij melden dat zij tijdens operaties samenwerken met ongekwalificeerd personeel.
In verschillende ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra worden zorgmedewerkers of verpleegkundigen zonder anesthesiemedewerkerdiploma of een leerling anesthesiemedewerker ingezet om patiënten tijdens operaties te bewaken. Ook zouden leerling‑anesthesiemedewerkers soms zonder supervisie van een gediplomeerde collega werken. De NVAM noemt dat onacceptabel. “Dit is geen ‘handig bijspringen’, maar een direct risico voor de patiëntveiligheid.”
Tweede poging
Om beter zicht te krijgen op de omvang van het probleem, opende de NVAM deze maand een meldpunt waar anesthesiemedewerkers hun ervaringen kunnen delen. Daarnaast trokken vertegenwoordigers van de NVAM opnieuw naar Den Haag om te pleiten voor opname van het beroep in het BIG-register.
Via het ministerie van VWS probeerden de NVAM en LVO alsnog erkenning voor hun beroepen af te dwingen. De NVAM verzocht VWS om opname in het BIG-register te heroverwegen en te laten onderzoeken of Zorginstituut Nederland het toetsingskader “op consistente wijze” heeft toegepast.
Geen wettelijke regulering
Op basis van de geldende wegingscriteria concludeert minister Sterk dat het Zorginstituut het wettelijke kader van de Wet BIG correct heeft gehanteerd. “In het licht van de patiëntveiligheid en de kwaliteit van de individuele beroepsuitoefening, zie ik geen aanleiding om te komen tot wettelijke regulering van anesthesiemedewerkers”, schrijft de minister. Volgens Sterk kan extra regelgeving juist nadelige gevolgen hebben. “Onnodige regulering kan leiden tot extra administratieve lasten, beperkingen in de inzetbaarheid van zorgprofessionals en hogere kosten.
MHAZ
Dat VWS onlangs wél besloot het beroep medisch hulpverlener acute zorg (MHAZ) op te nemen in het BIG-register, doet daar volgens de minister niets aan af. “De situatie van de MHAZ wijkt af van die van de anesthesiemedewerker”, stelt Sterk.
Binnen de anesthesiesetting is volgens haar sprake van planbare zorg, waarbij een anesthesioloog beschikbaar is voor toezicht en zo nodig kan ingrijpen. In de acute, levensbedreigende zorg is een zelfstandig bevoegde BIG-beroepsbeoefenaar niet altijd fysiek aanwezig. “Dit verschil in zorgcontext en wijze van beroepsuitoefening leidt tot een andere uitkomst”, aldus de minister.

