Dat blijkt uit promotieonderzoek van Ivar de Vries aan de TU Eindhoven en Máxima MC.
De Vries onderzocht hoe bestaande monitoringsdata effectiever gebruikt kunnen worden. Daarbij maakte hij gebruik van een systeem dat de hartslag van moeder en kind meet en ook de activiteit van de baarmoederspier registreert. Die gegevens kunnen volgens de onderzoekers helpen om risico’s tijdens de zwangerschap eerder te signaleren.
“Gynaecologen gebruiken niet alle data en signalen die beschikbaar komen via monitoring”, zegt De Vries. “Met die ongebruikte gegevens kun je bijvoorbeeld zwangerschapsvergiftiging eerder voorspellen.”
Volgens gynaecoloog en hoogleraar Judith van Laar is vroege detectie nog altijd lastig, ondanks technologische vooruitgang.
Minder ziekenhuisopnames
Betere monitoring kan er volgens de onderzoekers ook voor zorgen dat zwangere vrouwen gerichter worden begeleid. Daarmee kunnen onnodige of te vroege ziekenhuisopnames mogelijk worden voorkomen.
De Vries blijft betrokken bij het onderzoek als postdoc bij TU/e, Máxima MC en Nemo Healthcare dat de technologie inmiddels inzet. Voor toepassing in de praktijk zijn eerst meer klinische studies nodig. “Je moet aantonen dat het echt werkt”, aldus De Vries.