ouderenzorg
Tijdens het debat met minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken) was er kritiek op de wet en onder meer de gevolgen voor bijvoorbeeld de zorg en de horeca. Maar een motie om de wet pas in werking te laten treden na overleg met sectoren die getroffen worden, haalde het niet.
Nieuw beleid
In mei ging de Tweede Kamer al akkoord met de wet. In de Tweede Kamer haalde een amendement om de ouderenzorg te laten afwijken van het verbod het ook al niet.
De wet als geheel is onderdeel van nieuw beleid om flexwerkers meer te beschermen en medewerkers in vaste dienst juist minder bescherming te geven.
Het wetsvoorstel bevat verschillende maatregelen. Zo krijgen uitzendkrachten voortaan minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als medewerkers die regulier in dienst zijn. Ook worden zogenoemde draaideurconstructies aangepakt.
58.000 oproepkrachten in ouderenzorg
Maar werkgevers in de ouderenzorg vrezen vooral voor het verbod op nulurencontracten. Ruim 58.000 mensen binnen de ouderenzorg werken met een nulurencontract. Werkgevers zouden die nu allemaal een nieuw soort contract moeten aanbieden. Het kabinet heeft bijvoorbeeld een zogeheten bandbreedtecontract geïntroduceerd in de nieuwe wet.
Maar werkgevers vrezen vooral dat sommige oproepkrachten niet mee willen in zo’n nieuw contract en zullen vertrekken omdat een andere contractsvorm minder flexibiliteit biedt. In een bandbreedtecontract moet vooraf een minimum en maximum aantal uren worden vastgelegd. Binnen zo’n contract mag maximaal 30 procent worden afgeweken. Als er structureel meer uren worden gewerkt, moet de werkgever een contract aanbieden met een hoger urenaantal.
Scholieren en studenten met een bijbaan zijn uitgezonderd.
Ook zijn PGB-contracten uitgezonderd tot tenminste 2030. Het ministerie van Sociale Zaken kijkt nog naar een oplossing voor deze groep.

