De kern van het geschil lag bij de beloning van de oproepdiensten. Het Deventer Ziekenhuis merkt sinds 1 maart 2024 oproepdiensten aan als consignatiediensten, terwijl de aard van het werk en de frequentie van oproepen onveranderd bleven. Voor deze diensten geldt een lagere vergoeding dan voor oproepdiensten. En daar wringt de schoen volgens de beroepsorganisatie. NU’91-voorzitter Femke Merel van Kooten: “Het Deventer Ziekenhuis maakte door deze constructie onterecht gebruik van een lagere vergoedingscategorie en dat is oneerlijk. De kantonrechter bevestigt vandaag dat standpunt. De kantonrechter maakt ook duidelijk dat de door het ziekenhuis gehanteerde 30%-norm geen grondslag vindt in de cao. Niet het aantal oproepen tijdens een dienst is bepalend, maar de aard van de werkzaamheden en de vraag of sprake is van normale, voorzienbare zorgverlening. Daarmee geeft de kantonrechter belangrijke duidelijkheid over de uitleg van de cao. Dat is niet alleen van belang voor deze zaak, maar voor de gehele ziekenhuissector.”
Achterstallige vergoedingen
De kantonrechter heeft geoordeeld dat de betreffende diensten vanaf 1 maart 2024 als bereikbaarheidsdiensten moeten worden aangemerkt en beloond. De exacte hoogte van de achterstallige loonvorderingen wordt de komende periode nog verder uitgewerkt.
Maasstad Ziekenhuis
Deze uitspraak reikt verder dan alleen het Deventer Ziekenhuis. Zo won de FNV onlangs nog een vergelijkbare rechtszaak tegen het Maasstad Ziekenhuis. De vakbond roept alle ziekenhuizen waar vergelijkbare constructies worden toegepast op om niet af te wachten. Van Kooten: “Breng de zaken op orde. Kijk kritisch naar de eigen organisatie, herstel onjuiste indelingen en zorg dat verpleegkundigen en verzorgenden krijgen waar zij volgens de cao recht op hebben. Wacht niet totdat medewerkers naar de rechter moeten om hun gelijk te halen.”
