STANISLAV/stock.adobe.com
De Wmcz 2018 moet de medezeggenschap in zorginstellingen verbeteren. De belangrijkste wetswijzigingen omvatten onder meer gelaagdheid in medezeggenschap, de introductie van instemmingsrecht, IGJ-toezicht en de verplichte beschikking tot financiële middelen.
Geen wetsaanpassing
Na vijf jaar maakt Berenschot de balans op. De Wmcz 2018 voldoet en hoeft niet aangepast. De wet biedt meer juridische basis voor het versterken van cliëntenraden en meer ruimte voor maatwerk dan de vorige wet.
Twee derde van de respondenten vindt dat de positie van cliënten door de wet is versterkt. Toch zegt slechts 37 procent daadwerkelijk meer invloed te hebben ervaren op besluiten van zorginstellingen. Veel cliëntenraden lopen nog altijd tegen dezelfde problemen aan. De informatie komt te laat, de terugkoppeling is gebrekkig en de achterban wordt beperkt betrokken.
Wet ontwijken
De onderzoekers concluderen dat de meeste cliëntenraden tijdig en helder worden geïnformeerd. Het overgrote deel van de cliëntenraden voelt daarbij voldoende ruimte voor het geven van ongevraagd advies en kritische tegenspraak. Ook zien zij dat zorgorganisaties naast cliëntenraden steeds vaker andere vormen van medezeggenschap inzetten.
Die ruimte voor maatwerk kan positief uitpakken, maar brengt ook risico’s met zich mee. In sommige gevallen worden alternatieve vormen gebruikt om de wettelijke eisen van de Wmcz 2018 te omzeilen of af te zwakken. Berenschot stelt dat het tegelijkertijd lastig is vast te stellen of er daadwerkelijk een cultuurverandering plaatsvindt, omdat veel respondenten in het onderzoek de oude en de nieuwe situatie niet kunnen vergelijken.
Sectorverschillen
Tussen sectoren bestaan grote verschillen. In de ouderenzorg en gehandicaptenzorg zijn cliëntenraden doorgaans goed georganiseerd, al blijft het lastig om leden te werven. In de ggz blijkt vooral de houding van bestuurders bepalend voor de invloed van cliënten.
In ziekenhuizen is de formele medezeggenschap goed geregeld, maar staat de cliëntenraad vaak op afstand van de individuele patiënt. Daardoor vindt de achterbanraadpleging vooral plaats via indirecte kanalen. In de jeugdhulp is de invoering van inspraak en medezeggenschap het minst doorgevoerd.
Bestuurders aan de bak
Volgens Berenschot zit de grootste uitdaging niet in de wet, maar in de manier waarop bestuurders ermee omgaan. De onderzoekers adviseren bestuurders daarom actief te investeren in cliëntenraden. Dat begint bij ‘een stevige aanpak’ om de animo te vergroten om deel te nemen, bijvoorbeeld met een passende tijd- en onkostenvergoeding.
Daarnaast hebben cliëntenraden behoefte aan vaste, onafhankelijke ondersteuning met inhoudelijke expertise. Nu blijft die ondersteuning vaak beperkt tot een secretariaat. Bestuurders doen er volgens Berenschot ook goed aan om belangrijke onderwerpen tijdig en in begrijpelijke taal aan te leveren en te investeren in scholing van bestuurders, management en cliëntenraden om gelijkwaardig samen te werken en de formele rechten te benutten.
Animo vergroten
Ook voor het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) ligt er een opdracht. Volgens de onderzoekers kan het ministerie de bekendheid van de Wmcz 2018 onder cliënten vergroten en duidelijker maken wanneer de wet precies van toepassing is. Daarmee kan de positie van cliënten verder worden versterkt.

