Ruth Peetoom
Veel mensen met psychische aandoeningen raken na een opname, detentie of andere overgang in hun leven uit beeld bij zorg en ondersteuning. Ze komen dan op straat terecht en soms in aanraking met politie en justitie. De Nederlandse ggz presenteert vandaag met het rapport Blijvend nabij vijf concrete maatregelen om dat te voorkomen. De kern: hulp moet niet stoppen op het moment dat iemand van zorgaanbieder, woning of instantie verandert.
Voorzitter van de Nederlandse ggz Ruth Peetoom erkent dat er in het verleden al vaker is geprobeerd deze problematiek op te lossen. “De Parlementaire Enquête van 2024 over onbegrepen gedrag heeft heel goed in kaart gebracht wat precies de redenen zijn waarom mensen niet goed geholpen worden. Net zoals het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) van dit jaar en onze eigen rapportage over specifiek de woonproblematiek als onderdeel van dit veelkoppige monster.”
“Wat we vandaag presenteren, is anders omdat het vijf concrete stappen noemt, mét daarbij de namen en rugnummers van de domeinen en instanties die hierbij aan zet zijn. Daarbij kijken we nadrukkelijk ook naar onszelf als ggz en naar wat wij te doen hebben. Maar we kunnen het niet alleen oplossen. Daarom is het zo belangrijk dat ook gemeenten, zorgverzekeraars, woningcorporaties en alle betrokken organisaties gezamenlijk optrekken en verantwoordelijkheid nemen. Want alleen door de werelden van zorg, wonen en veiligheid beter met elkaar te verbinden, kunnen we voorkomen dat mensen met ernstige psychische aandoeningen van de maatschappelijke radar verdwijnen.”
Vijf punten
Ten eerste moet bemoeizorg overal beschikbaar worden, mét behandelteam. “Mensen die zelf geen hulp zoeken, komen nu vaak pas in beeld wanneer de situatie is geëscaleerd. Door eerder contact te leggen en behandeling beschikbaar te hebben, kunnen problemen eerder worden aangepakt.”
Ten tweede moeten de woningen die uitstroom mogelijk maken, gebouwd worden. “Zonder passende woning loopt de zorg vast. Beschermde woonplekken blijven bezet en mensen kunnen niet doorstromen. In 2023 kwamen 1.320 corporatiewoningen beschikbaar voor uitstroom uit beschermd wonen, terwijl er jaarlijks 3.980 nodig zijn. Mensen wachten daardoor soms langer dan een jaar op een passende plek.”
Ten derde moet ondersteuning meereizen bij iedere overgang. “Niet de overgang zelf is het grootste risico, maar het ontbreken van iemand die verantwoordelijk blijft. Na ontslag uit een kliniek, uitstroom uit de forensische zorg of na detentie moet duidelijk zijn wie naast iemand blijft staan, ongeacht onder welk domein de persoon nu valt. Van de mensen die na een detentie van langer dan drie maanden vrijkomen, is 27 procent direct dakloos of zonder bekend onderdak.”
Ten vierde moet de meldfunctie voor onbegrepen gedrag eerder én met opvolging werken. “De meldfunctie bestaat al, maar een melding leidt niet altijd snel genoeg tot passende hulp. Daardoor worden mensen soms pas geholpen wanneer de situatie ernstig is geëscaleerd. Vroege signalering, snelle opvolging en voldoende behandelcapaciteit zijn nodig om dat te voorkomen.”
En ten slotte moeten woonvoorzieningen beschermd worden tegen drugscriminaliteit. “Een woning is pas een stabiele basis als mensen er veilig kunnen wonen. Daarom moeten woonvoorzieningen worden beschermd tegen criminele beïnvloeding.”
Politieke wil
Of voor het plan ook extra overheidsbudget beschikbaar komt en of het huidige kabinet het plan bij de betrokken partijen zal afdwingen, moet nog blijken. Peetoom: “Er zijn goede regionale pilots gedraaid, maar we moeten nu uit die pilotfase komen, anders komen we niet verder. Er moeten dus inderdaad voor bepaalde onderdelen van dit plan landelijke budgetten beschikbaar zijn. Maar dat moet binnen het huidige stelsel te regelen zijn en met de inzet van alle betrokken partijen. In het debat hierover in april waren vijf ministers aanwezig, wat aangeeft dat dit kabinet het oplossen van deze problematiek als prioriteit ziet. Het kan niet langer onopgelost blijven want dat is niet goed voor de maatschappij en zeker niet voor de mensen waarover het gaat.”

