De discussie draait om jongeren met ernstig psychisch lijden die besluiten te stoppen met eten en drinken (BSTED). Volgens kinder- en jeugdpsychiater Roman Pechaczek, geneesheer-directeur van de Mutsaersstichting, gaat het om een kleine maar groeiende groep. Hij heeft binnen zijn instelling bij ongeveer vijf patiënten direct of indirect met een dergelijke wens te maken gehad.
Pechaczek zegt in een groot interview met De Volkskrant dat deze jongeren toegang moeten houden tot palliatieve zorg. Hij heeft daarom zelf tientallen hospices benaderd voor een minderjarige patiënt die wilde stoppen met eten en drinken. Geen enkel hospice wilde de jongere opnemen. Volgens Pechaczek was dat vóór een brief van minister Sterk aan de Tweede Kamer nog wel gelukt.
In die brief schreef Sterk dat hospicezorg niet passend is voor jongvolwassenen met psychische problematiek die bewust stoppen met eten en drinken. Hospices zijn volgens haar bedoeld voor mensen die zich in de terminale fase bevinden, met een levensverwachting van maximaal drie maanden. Bovendien ontbreekt in hospices doorgaans de deskundigheid op het gebied van psychiatrie.
Geen optie
Pechaczek vindt dat de minister daarmee een probleem creëert zonder een alternatief te bieden. “Die weg snijdt ze af. Maar vervolgens wijst ze naar een vage oplossing. Wat is ‘elders’? Waar moeten ze heen?”, zegt hij. “Jongeren zijn hier opgenomen omdat thuis zijn niet lukt.” Volgens de psychiater hoort bij een wilsbekwame patiënt die besluit te stoppen met eten en drinken passende begeleiding en palliatieve zorg. Hij vindt het daarom geen optie om jongeren met zo’n wens uit een instelling te laten vertrekken zonder dat duidelijk is waar zij terechtkunnen. “Ik vind het in ieder geval geen optie om iemand acuut op straat te zetten.”
Geen verbod
Sterk benadrukt in een reactie dat haar brief geen verbod op hospicezorg bevat. “Als iemand wilsbekwaam stopt met eten en drinken is dat een eigen, autonome keuze”, schrijft zij. Artsen mogen volgens haar niet helpen bij het sterven, omdat bewust stoppen met eten en drinken niet onder de euthanasiewet valt. Wel hebben artsen een zorgplicht en hebben patiënten recht op goede zorg voor de lichamelijke gevolgen van het stoppen met eten en drinken. Een hospice kan volgens Sterk in de richtlijn van de KNMG als mogelijke vorm van zorg worden genoemd, maar opname is niet vanzelfsprekend. Ieder hospice moet zich volgens haar houden aan de kaders van de Zorgverzekeringswet en afspraken met zorgverzekeraars.
Vraag onbeantwoord
“Het is dus niet de bedoeling dat jongvolwassenen met psychische problematiek en een wens om te stoppen met eten en drinken in een hospice worden opgenomen”, aldus Sterk. Volgens haar kan de verzorging bijvoorbeeld thuis worden georganiseerd. Daarmee blijft volgens Pechaczek echter de kernvraag onbeantwoord: wie neemt de verantwoordelijkheid voor jongeren voor wie thuiszorg geen optie is en die ook binnen de ggz niet passend kunnen worden begeleid?
De discussie wordt urgenter doordat het aantal jonge mensen dat kiest voor bewust stoppen met eten en drinken volgens Pechaczek toeneemt. Hij schat dat het sinds 2024 landelijk om tientallen jongeren gaat. Bij ongeveer de helft van de tien grote ggz-instellingen die hij hierover bevroeg, was ervaring met dergelijke verzoeken.