ACTUEEL

Brancheorganisaties uiten zorgen om fusietoets

Brancheorganisaties uiten zorgen om fusietoets

De Brancheoprganisaties Zorg (BoZ) is bezorgd over het gebrek aan meerwaarde van de zorgspecifieke fusietoets en de onnodige stijging van de kosten die dit met zich meebrengt. De BoZ zegt zich gesteund te voelen door het Advies van de Raad van State (RvS).

De RvS vindt de voorgestelde meldingsregel overbodig vanwege de rol die verzekeraars toebedeeld hebben gekregen. Bovendien zou het voorstel het risico met zich meebrengen dat de overheid meer regelt dan wenselijk is. Wat betreft de aanwijzingsbevoegdheid tot het wijzigen van de organisatiestructuur ziet de raad van State ook obstakels die het onuitvoerbaar maken. De maatregel is zeer ingrijpend, maar onvoldoende bepaald, omdat de noodzaak en proportionaliteit niet vaststaan. Hierdoor is de uitoefening van deze bevoegdheid onverenigbaar met het recht van eigendom.

De BoZ heeft in een brief aan de Vaste Kamercommissie van VWS haar zorgen kenbaar gemaakt. Donderdag 12 juli kan deze Kamercommissie zijn inbreng leveren voor het schriftelijk overleg over de wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet cliëntenrechten zorg en enkele andere wetten in verband met het tijdig signaleren van risico's voor de continuïteit van zorg alsmede in verband met het aanscherpen van procedures met het oog op de kwaliteit en bereikbaarheid van zorg.

De BoZ wil dat de wetsvoorstellen kritisch geanalyseerd worden. Daarom heeft ze in haar brief elf kritische vragen opgenomen die volgens haar door de Vaste Kamercommissie aan de minister zouden moeten worden gesteld.

Fundament onder wetsvoorstel

Als eerste kritiekpunt stelt de BoZ dat het fundament onder het wetswijzigingsvoorstel – het realiseren van een werkzaam instrumentarium ter voorkoming van ongewenste fusies – wegvalt. Daarom wil de BoZ de minister laten aantonen dat incidenten met schaalvergroting die zich in het verleden hebben voorgedaan met de fusietoets kunnen worden voorkomen.

Vroegtijdige signalering

De zorgautoriteit krijgt de bevoegdheid om regels te stellen aan overeenkomsten tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Afspraken worden gemaakt over het tijdig signaleren van risico’s voor de continuïteit van zorg. Het gaat daarbij uitsluitend om vormen van verzekerde zorg waarvan de overheid expliciet in een algemene maatregel van bestuur heeft bepaald dat die beschikbaar moeten zijn (cruciale zorg). De BoZ wil in dit kader van de minister weten in welke specifieke situaties de AWBZ-zorg cruciaal is en welke indicatoren hiervoor worden gebruikt.

WOR en WMCZ

Op dit moment is de zorgaanbieder op basis van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (WMCZ) verplicht om de cliëntenraad in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen over elk voorgenomen fusiebesluit van de instelling. De zorgaanbieder moet daarbij alle inlichtingen en gegevens aan de cliëntenraad verstrekken die ze nodig heeft.
Op basis van de Wet op ondernemingsraden (WOR) geldt voor ondernemingsraden hetzelfde. Daarbij geldt ook dat bij het vragen van advies aan de ondernemingsraad een overzicht moet worden verstrekt van de redenen voor het besluit en van de gevolgen die het besluit voor het personeel. Ook moet een raad van bestuur melden welke maatregelen het tegen negatieve gevolgen heeft genomen.

In het wetsvoorstel wordt toegelicht wat de eisen zijn aan de zogenaamde ‘concentratie effectrapportage’. De BoZ stelt dat die eisen niet anders dan die er nu al aan zo’n advies worden gesteld.
De WOR en WMCZ stellen daarnaast ook procedurele eisen. Een adviesaanvraag moet volgens de BoZ tijdig worden ingediend zodat wezenlijke invloed/medezeggenschap mogelijk is.
De BoZ wil weten wat de verschillen zijn tussen de beide bestaande wetten en de nieuwe “concentratie effectrapportage” en welke gevolgen dit heeft voor de administratieve lasten. Daarnaast is het onduidelijk wat de verschillen in procedurele eisen zijn en wil men weten of het bewaken van de wetten de taak is van de NZa

Publieke belangen

Volgens de BoZ kunnen de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg, waar de overheid voor moet waken, elkaar in de weg zitten.  “Zo kan een concentratie tegelijkertijd de kwaliteit bevorderen en de toegankelijkheid verminderen. De BOZ wil helderheid van de minister over de onderlinge verhouding tussen de beide publieke belangen. Ook de publieke belangen doelmatigheid en betaalbaarheid dienen te worden meegewogen. Zo kan bij een fusie de kwaliteit gelijk blijven maar de doelmatigheid toenemen.”
Dit wetsvoorstel regelt dat voor een fusie goedkeuring vooraf moet worden verkregen van de zorgautoriteit. Wordt de fusie niet goedgekeurd, dan kan deze niet plaatsvinden. Maar het is onduidelijk wat de gevolgen zijn hiervan voor zorgaanbieders.

Opsplitsingsbevoegdheid

Met het wetsvoorstel krijgt de minister van VWS, op advies van de IGZ, de bevoegdheid om uit kwaliteitsoverwegingen een zorgaanbieder op te splitsen. Dit kan gevolgen hebben voor de organisatiestructuur van de zorgaanbieder. De BoZ wil weten of er op dit moment zorgaanbieders bij de IGZ bekend zijn die een ondermaatse kwaliteit leveren, veroorzaakt door de organisatiestructuur en of de achterliggende analyse over de over de relatie tussen de organisatiestructuur en uitkomsten van kwaliteit openbaar kan worden gemaakt.

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top