ACTUEEL

Bouw van eerste protonencentra begint

De bouw van de protonencentra in Delft en in Groningen gaat in mei van start. Beide openen in 2017 de deuren. Het Holland Particle Therapy Centre in Delft is een initiatief van Erasmus MC, LUMC en TU Delft, in Groningen zit het UMCG achter het protonencentrum.

Minister Schippers (Volksgezondheid) heeft vergunningen afgegeven voor in totaal vier centra in Nederland, waar in totaal 2200 patiënten per jaar mogen worden behandeld. Maar de zorgverzekeraars vinden dat één centrum voldoende is. Zij hebben de Autoriteit Consument en Markt gevraagd of de zorgverzekeraars gezamenlijk mogen onderhandelen over het contracteren van één behandelcentrum. De toezichthouder doet hierover op 2 maart uitspraak. Tot die tijd wil Zorgverzekeraars Nederland niet inhoudelijk reageren op berichten over de protonencentra.

Protonentherapie is onderdeel van het basispakket dus zorgverzekeraars moeten het vergoeden. Dat doen ze nu al wanneer patiënten voor de behandeling naar het buitenland gaan. De therapie wordt nog nergens aangeboden in Nederland.

Kankerpatiënten die in aanmerking komen voor protonentherapie, kunnen in de toekomst niet alleen terecht in Delft en Groningen, maar ook in Amsterdam en Maastricht. Het UMC in Maastricht en een Amsterdams consortium van het AMC, VUmc en Antoni van Leeuwenhoek hebben hier begin 2014 een vergunning voor gekregen.

Behandeling

Bij protonentherapie wordt bestraald met geladen deeltjes (protonen), die nagenoeg hun volledige energie precies op de juiste plaats in de tumor afgeven. De behandeling met protonen richt minder schade aan in het lichaam dan de gangbare bestraling.

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Désirée Hairwassers

26 februari 2015

Schatting is dat deze 2 protonencentra 175 miljoen euro gaan kosten. Dat is veel geld, dat ook op een andere manier besteed kan worden in de oncologische zorg.

We moeten het met beperkte middelen doen in Nederland, dus is het zaak goed af te wegen wat de voor- en nadelen zijn. 2 protonencentra bouwen, terwijl er slechts voor een kleine groep bewijs van noodzaak is, dat kunnen we niet zorgvuldig noemen. Minister Schippers speelt het handig, want zij heeft vergunningen afgegeven. Dat kon zij gemakkelijk doen, het maakt haar wellicht populair en het kost haar niks want voor de financiële consequenties verwijst zij naar de zorgverzekeraars, die niet anders kunnen dan streng optreden, omdat ze de ondankbare taak hebben de budgetten te beheren. Het is een gebrek aan visie en verantwoordelijkheidsgevoel bij Schippers. De protonencentra worden nu alvast gebouwd en als één van de twee straks geen contract van de zorgverzekeraars krijgt, wordt er en masse gemord over de macht van de zorgverzekeraars.

De belanghebbenden bij deze protonencentra spelen roekeloos blufpoker met belastinggeld. Iets dergelijks zien we als het gaat om radiotherapeutische centra en centra voor Hyperbare zuurstoftherapie, die nu in alle regio's gebouwd worden. Voor Hyperbare zuurstoftherapie is onvoldoende bewijs voor veiligheid en werkzaamheid. Wat er is, is niet gebaseerd op placebo-gecontroleerd onderzoek (terwijl we weten dat mensen geneigd zijn tevreden te zijn aangezien ze een enorme inspanning hebben moeten leveren door wekenlang in die tanks te gaan zitten). Voor wat betreft radiotherapie zitten de bestaande centra qua capaciteit niet volledig vol; 's avonds en in het weekend wordt er niet bestraald, dus er is nog duidelijk ruimte. Onderzoeken bij wie bestraling overbehandeling is en beter achterwege gelaten kan worden, omdat bestraling ook schade geeft, verdient de hoogste prioriteit.

Als er een protonencentrum in Nederland moet komen, is het volstrekt logisch om met één centrum te beginnen en bij bewezen effectiviteit verder uit te bouwen. Voordat dat ene centrum in de avonden en weekenden vol zit, moet er nog heel wat gebeuren. Diegenen voor wie protonentherapie echt een uitkomst biedt, kunnen op dit moment immers in België of Duitsland behandeld worden. Dat is wellicht niet op en top comfortabel, maar de bestralingsperiode bestrijkt slechts een periode van enkele weken. Tegenover dat ongemak staat dat er miljoenen over blijven voor andere behandelingen en andere patiënten.

Het lastige is dat er weinig partijen zijn met een onafhankelijke visie op oncologische zorg. Er zijn vooral veel belanghebbenden, die hun eigen beroepsgroep, hun eigen centrum, hun eigen ziekte of hun eigen therapie promoten.

Het is gemakkelijk om patiëntenorganisaties voor het karretje te spannen, te doen alsof je je inzet voor de kankerpatiënt. Het is veel moeilijker om keuzes te maken hoe geld zo doelmatig mogelijk besteed kan worden zodat zoveel mogelijk kankerpatiënten er optimaal baat bij hebben. Alle euro's die besteed worden aan deze 2 protonencentra kunnen immers niet besteed worden aan andere zaken die binnen de oncologie belangrijk zijn, zoals goede palliatieve zorg, innovatieve oncologische geneesmiddelen, betere pijnbestrijding, goede revalidatie, psychologische zorg etc.

Daarvoor is visie, verantwoordelijkheidsgevoel en creativiteit nodig. Dáár zijn kankerpatiënten bij gebaat. Wie gaat er echt staan voor de belangen van deze grote groep kankerpatiënten?

Joris Jaspers

2 maart 2015

Helemaal een met Desiree (#1).

Kleine toevoeging: De investeringskosten per centra liggen op zeker 110 Miljoen Euro en de ervaring met nieuwe technologien leert dat het voor 2 centra nog wel eens veel duurder kan worden dan 220 miljoen. Met daarbij nog hoge exploitatiekosten van zeker 10 miljoen per jaar.
Dat voor vaak onbewezen zorg.

Aanbod creeert de vraag, dus die Centra zullen wel gaan draaien, met een opdrijvend effect voor onze zorg premie. Dit zag je ook bij de opkomst van de Robot chirurgie.
Met ruim 200 miljoen Euro kun je heel wat bewezen en doelmatige (oncologische zorg) verlenen.

1 centrum is genoeg!

Top