ACTUEEL

'Nederland geeft relatief weinig uit aan medicijnen'

Nederland geeft op jaarbasis per inwoner gemiddeld minder uit aan geneesmiddelen in vergelijking met andere landen met een hoog inkomen. Bovendien is de omzet van de geneesmiddelensector relatief weinig gestegen op de totale zorgkosten. Dit blijkt uit de MedicijnMonitor 2018 van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG), de brancheorganisatie van farmaceuten in Nederland.

In de monitor zet de branchevereniging een heleboel cijfers op een rij, die gezien kunnen worden als een reactie op de kritiek die de afgelopen jaren te horen is over de hoge prijzen die farmaceuten rekenen voor met name oncologische geneesmiddelen. In het begeleidende persbericht zegt directeur Gerard Schouw naar aanleiding van de cijfers: "Dat bevestigt dat we in ons land heel efficiënt en zuinig met geneesmiddelen omgaan".

Zorgbudget

De VIG meldt dat de afgelopen tien jaar het bruto budgettair kader zorg gestegen is van 50,1 miljard naar 73,5 miljard euro in 2017. In vergelijking met de totale zorgkosten is de omzet van de geneesmiddelensector relatief weinig gestegen, volgens de brancheorganisatie: in 2017 was de bruto omzet van de sector 5,3 miljard euro. In 2010 was deze 4,9 miljard euro, oftewel 7 procent van het zorgbudget. 'Receptgeneesmiddelen maken dus een steeds kleiner deel uit van de totale zorgkosten.'

Daarnaast is in Nederland de omzet van de geneesmiddelensector weinig gestegen ten opzichte van het volume, oftewel de gemiddelde prijs van medicijnen is weinig tot niet veranderd. In de afgelopen twintig jaar is de gemiddelde prijs vrijwel constant gebleven als gevolg van maatregelen die concurrentie bevorderen, zoals het preferentiebeleid van de zorgverzekeraars.

Hiermee is het Zorginstituut het niet eens. In de enige tijd geleden verschenen Monitor Weesgeneesmiddelen schrijft het Zorginstituut dat na afloop van de tien jaar van marktexclusiviteit die geldt bij weesgeneesmiddelen, de prijs per verzekerde per jaar niet significant daalt en er ook weinig concurrentie op gang lijkt te komen.

Bovendien blijkt uit de monitor van het Zorginstituut dat de uitgaven aan niet-oncologische weesgeneesmiddelen juist zijn gestegen. De vergoeding van de genoemde geneesmiddelen is tussen 2012 en 2015 met 31 procent gestegen: van 173 miljoen naar 226 miljoen euro. Bij twaalf weesgeneesmiddelen bedroeg in 2015 het vergoede bedrag per verzekerde per jaar tussen de 15.000 en de 50.000 euro, met als uitschieter het middel idursulfase (Elaprase) dat met 618.000 euro kostte. Hoeveel omzet de farmabedrijven in Nederland in totaal behaalden aan weesgeneesmiddelen, is onbekend.

Steeds betere behandelingen

Nederland geeft volgens de VIG weinig geld uit aan geneesmiddelen ten opzichte van andere landen met een hoog inkomen. Per hoofd van de bevolking gaat er in Nederland jaarlijks ongeveer 376 euro naar geneesmiddelen, dit ligt ruim onder het gemiddelde van jaarlijks 604 euro per inwoner in landen met een hoog inkomen. Nederland geeft wel ongeveer evenveel geld uit aan zorg als andere landen met een hoog inkomen: bijna 4200 euro per inwoner. Dit heeft te maken met de opkomst van steeds betere behandelingen en technologieën, waardoor mensen langer leven.

Als gevolg van steeds betere behandelingen stijgen de uitgaven aan medisch-specialistische zorg. In 2007 waren de ziekenhuiskosten nog 15,7 miljard euro, in 2017 stegen deze kosten tot 24 miljard euro. Ook de uitgaven aan geneesmiddelen in ziekenhuizen zijn in dezelfde periode gestegen; van 0,9 miljard naar 2,4 miljard euro. Dit komt doordat nieuwe geneesmiddelen steeds vaker in het ziekenhuis worden toegediend en doordat er veel dure geneesmiddelen zijn overgeheveld van de openbare apotheken naar het ziekenhuisbudget. De VIG wijst erop dat een ziekenhuis 10 procent van haar kosten spendeert aan geneesmiddelen, en 90 procent aan andere zaken zoals nieuwe technologieën.

Het aandeel van geneesmiddelen in de totale kosten is binnen de ziekenhuizen beperkt. Wel is daar sprake van een toename in de kosten, waar deze in de apotheken juist dalen. Dit komt volgens de branchevereniging vooral door de toename in de hoeveelheid geneesmiddelen die worden voorgeschreven. Met andere woorden: de gemiddelde prijs van geneesmiddelen is vrijwel niet veranderd. Vooral bij generieke geneesmiddelen is dit goed zichtbaar: de omzet van generieke geneesmiddelen neemt af, terwijl het volume toeneemt.

Zorgen

Uit de monitor blijkt verder dat patiënten in Nederland relatief snel toegang tot nieuwe geneesmiddelen krijgen, aldus directeur Gerard Schouw. 'Maar we maken ons wel zorgen over de ontwikkeling dat het steeds langer duurt voordat deze nieuwe geneesmiddelen bij de patiënt komen.' Door overheidsbeleid duurt het volgens hem steeds langer voordat Nederlandse patiënten toegang krijgen tot nieuwe medicijnen.

De gemiddelde wachttijd voordat een nieuw geneesmiddel beschikbaar is voor Nederlandse patiënten is inmiddels 228 dagen. Twee jaar geleden lag dit nog onder de tweehonderd dagen. Dat heeft onder meer te maken met de tijdsduur van beoordelingen en onderhandelingen met de overheid. De normen die hiervoor staan, worden regelmatig niet gehaald. De beoordeling door het Zorginstituut zou maximaal negentig dagen moeten duren, maar bij dure medicijnen waarbij de overheid onderhandelt over de prijs, is de wachttijd gemiddeld vijfhonderd dagen.

0 Reacties

om een reactie achter te laten
Top