ACTUEEL

Senioren maken helft van alle zorgkosten

De helft van al het geld voor de zorg in Nederland wordt opgemaakt door vijfenzestigplussers. Vorig jaar werd er 28 miljard uitgegeven aan de zorg voor ouderen, ofwel 8650 euro per persoon, maakte informatiecentrum Vektis bekend.

De langdurige ouderenzorg was in 2017, met 11 miljard euro, de grootste kostenpost. Op de tweede plek staat de ziekenhuiszorg (8,4 miljard euro), gevolgd door de wijkverpleging, met 2,8 miljard euro. Volgens de onderzoekers gebruiken de meeste ouderen vijf of meer medicijnen.

Vektis stelt ook vast dat 85-plussers gemiddeld 9 uur per week wijkverpleging krijgen. Bij de 65-74-jarigen is dit gemiddeld 7 uur per week. Ruim een vijfde van de ouderen tussen de 75 en 84 jaar heeft diabetes. Daarnaast heeft 14 procent de longziekte COPD/astma.

Een op de vijf Nederlanders is inmiddels vijfenzestigplusser. Dat komt neer op bijna 3,3 miljoen mensen. In 2030 is dat naar verwachting een op de vier. Ons land telt ondertussen al bijna 2000 honderdplussers. "En ook dat aantal neemt de komende jaren toe", aldus Vektis.

De Limburgse gemeente Vaals telt met ruim 32 procent de meeste ouderen, gevolgd door de Noord-Hollandse gemeenten Laren en Bergen. Op Urk en in Almere en Utrecht is het percentage ouderen, met minder dan 11 procent, het laagst. (ANP)

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Pijnenborg

6 september 2018

Ik vraag me af of er niet te gemakkelijk een oplossing wordt gezocht bij onmacht van de cliënt te ondertekenen. Iedere kwetsbare medemens heeft recht op een belangenbehartiger, familielid of mentor die namens betrokkene inbreng heeft bij het overleg over het zorgplan en dan ook een handtekening kan plaatsen. De zorginstelling is verplicht te zorgen dat iedere cliënt een
persoonlijk belangenbehartiger heeft. Het is ernstig wanneer hier te gemakkelijk mee omgesprongen wordt. Een betrokken familielid of mentor zal uiteindelijk ontlastend zijn voor betrokkene en professionals. Ad Pijnenborg.

Peter Koopman

7 september 2018

Vektis hanteert een leeftijdsgrens, die verouderd is. Wat zijn “ouderen”? Alle niet-ouderen gebruiken ook veel zorg, toch? De nieuwste “scheidslijn” lijkt meer bij de zgn. dubbelvergrijsden ( 85+) te liggen. Echter ook bij hen geeft de kalenderleeftijd slechts een beperkt inzicht in de vraag naar ondersteunende hulp of professionele zorg. Functionele beperkingen ( die op alle leeftijden voorkomen ) en uitgedrukt in een “functionele leeftijd” zal beleidsmatig meer inzicht bieden. Kwantitatieve cijfers over een zeer uiteenlopende populatie die slechts de kalenderleeftijd gemeen hebben, waartoe? Om de premie vanaf 65 jaar te verhogen? Dan is het met “poolen” afgelopen, toch?

Top