Heel bont maakte een bekend landelijk dagblad het dat in paginagroot artikel over de zorg stelde dat de financiële onhoudbaarheid van de zorg overwegend wordt veroorzaakt door de “vergrijzing”. Dit zonder verdere context, maar wel met vele grafieken over de demografische ontwikkelingen.
Europees gemiddelde
Uit OECD-cijfers blijkt dat onze zorgkosten – als percentage van het BBP (Bruto Binnenlands Product) – al jaren op een zeer aanvaardbaar Europees gemiddelde liggen en het is niet te verwachten dat dit in komende jaren dramatisch zal veranderen. Toch waarschuwt het CBS dat de zorgkosten komende jaren sterk zullen stijgen, mede door inflatie en vergrijzing. Deze tegenstrijdigheid wordt veroorzaakt door het CBS zelf die twee soorten statistieken gebruikt. Eén met gegevens voor internationaal gebruik en één met data voor Nederlands gebruik. Of zoals het CBS het zegt:
“Internationaal wordt een smallere definitie van gezondheidszorg gebruikt. Op basis van de meest recente raming stegen deze uitgaven in 2024 met 7,9 procent. Hierover schreef het CBS eerder dit jaar. De onderdelen van de gezondheids- en welzijnszorg die niet meetellen in het internationale cijfer stegen in 2024 met 11,9 procent in verhouding meer dan de onderdelen die wel meetellen. De onderdelen die niet meetellen als gezondheidszorg in de internationale definitie zijn welzijnswerk, kinderopvang, grote delen van de jeugdzorg, maatschappelijke opvang en een gedeelte van de langdurige zorg.”
Langdurige zorg
Het is van belang te realiseren dat de zorgaspecten die samenhangen met de vergrijzing vooral meetellen in de Nederlandse versie van de statistiek en dan ook nog overwegend in het extramurale deel van ons zorgstelsel. Juist dat deel dat in hoge mate geplaagd wordt door organisatorische inefficiëntie, fraudegevoeligheid en daarmee in Europees opzicht hoge kosten.
Het is daarom niet verwonderlijk dat de Nederlandse kosten van extramurale zorg (langdurige zorg) veel hoger liggen dan in de landen met vergelijkbare welvaart zoals Denemarken, Zweden en Noorwegen. Kennelijk valt er in dit marktgerichte zorgsegment ook wat te verdienen. Dit blijkt uit het feit dat in Nederland – in vergelijking met andere West-Europese landen – verreweg het grootste aantal private equity-fondsen actief zijn naast de vele duizenden zorgaanbieders.. Het curatieve deel van de zorg – dat toch al tot de zuinigste sector van Europa hoort – wordt nauwelijks beïnvloed door de gevolgen van vergrijzing.
Welvaart
Voor de volledigheid moet worden vermeld dat er nog een derde zorgstatistiek is. Deze stelt vast wat de zorgkosten zijn per hoofd van de bevolking (“per capitata”). Die valt voor Nederland – samen met de VS – altijd hoog uit, domweg omdat de welvaart in ons land relatief hoog is en daarmee ook de kosten in absolute zin. Daarom wordt voor internationale vergelijkingen liever gekozen voor een weergave van de zorgkosten als percentage van het BBP.
Beloningsstructuur
Dan het te verwachten tekort aan personeel in de zorg. Ik zie dat niet somber in. Een heel groot deel van zorgpersoneel werkt part time. De betrekkelijk lage beloning en het systeem van toeslagen, zijn niet bepaald motiverend om full time te werken. Het verbeteren van de beloningsstructuur – waaronder die van overuren – kan het weer aantrekkelijke maken om in de zorg werkzaam te zijn. Het zou bovendien best kunnen dat in de nabije toekomst AI en robotisering veel personeel uit andere bedrijfssectoren voor de zorg vrijmaakt.
Concluderend kan ik stellen dat ook voor het aspect vergrijzing en de zorg, het thema van mijn artikel in de Volkskrant van 2010 “Niet de zorg maar het zorgsysteem is te duur” (6), nog niets van zijn strekking heeft verloren.
Robert W. Kreis
em. hoogleraar Brandwondenzorg VUmc
