HRM

Wat maakt werken in de zorg gezond?

Wat maakt werken in de zorg gezond?
Dominique Vijverberg

Het antwoord op deze vraag luidt kort door de bocht: kies als medewerker in de zorg voor de juiste werkgever.

Uit analyse van het arbeidsrelevante zorggebruik van zorgmedewerkers blijkt dat er grote verschillen zijn tussen groepen medewerkers van vergelijkbare zorgorganisaties. Het maakt dus uit waar je werkt. Zo varieert het percentage zorgmedewerkers dat gebruik maakt van fysiotherapie tussen zorgorganisaties van wel 20 tot 55 procent. Dus kies je als werknemer voor de werkgever waar de kans op de noodzaak tot fysiotherapie het kleinste is.

Buitenbocht

Zoals wel vaker werken deze kort-door-de-bocht-oplossingen onvoldoende als je ze op een grotere schaal bekijkt. Daar komt bij dat het probleem, en daarmee ook de mogelijke verbetering, groter is. Zo is er een relatie aangetoond tussen een hoog percentage van fysiotherapie gebruikers onder uw medewerkers en hoog verzuim. De hoogste tijd dus voor het vinden van echte antwoord. Dat is een ‘langere buitenbocht’, maar kan wel de gehele zorgsector wat gezonder maken.

Organisatieklimaat

De grote verschillen in zorggebruik die we onder medewerkers in de zorg aantroffen, zijn aanleiding geweest om verkennend onderzoek te doen naar het organisatieklimaat en de beleving van medewerkers op fysieke en psychische arbeidsbelasting.

Zachte parameters

De bevindingen wijzen erop dat zorgorganisaties die de ‘zachte parameters’ als betrokkenheid van het management, de invloed van groepsgedrag en de communicatie over fysieke en psychische arbeidsbelasting, weten te optimaliseren tot een positief veiligheidsklimaat voor de medewerker, ook een lager zorggebruik hebben. Dus de verschillen in zorggebruik lijken verbonden te zijn met verschillen in de beleving van medewerkers in de omgang met medewerkersveiligheid.

Landelijk niveau

Vanuit onze maatschappelijke rol én als collectiviteit van zorgmedewerkers voldoende aanleiding om het verkennende onderzoek op te schalen naar landelijk niveau. Op 19 mei is de Erasmus Universiteit in opdracht van Stichting IZZ en in samenwerking met sociale partners in de zorg een landelijk onderzoek gestart naar Gezond werken in de zorg.

Respons

Wat zijn nu echt die factoren die de verschillen in zorggebruik verklaren? En hoe groot is dat effect? Zodra we die antwoorden hebben, kunnen we de zorg zelf weer een stukje gezonder maken. Hoe hoger de respons, hoe beter de antwoorden. Doet u mee?  

Dominique Vijverberg
Algemeen directeur van Stichting IZZ, de collectiviteit van werkgevers en werknemers in de zorg. Vijverberg is voorheen onder andere werkzaam geweest bij de farmaceutische groothandel OPG, bij contract research organisatie Cardialysis en als algemeen directeur bij de online GGZ-instelling Interapy.

4 Reacties

om een reactie achter te laten

Mauk van Heemstra ZorgSteedsBeter

20 mei 2014

Goed om dat eens goed in beeld te krijgen Dominique!

Het verblijft steeds droevig hoe slecht veel zorgverleners voor elkaar zorgen, leidinggevenden incluis als het ieders eigen gezondheid betreft.

Mijn vermoeden is dat het onderzoek gaat uitwijzen dat er 3 hoofdoorzaken zijn van ongezond werken in de zorg: Calvinisme, slecht voor jezélf zorgen én menen dat hard werken nodig is. 3 geloofsovertuigingen waar Lean korte metten mee maakt.

Lean propageert dat je vanuit respect voor je klant (in de zorg patiënt, gast, revalidant, bewoner, enz), medewerker en maatschappij in rust moet werken om geen fouten te maken en kwaliteit te leveren waar gezond (!) werknemer- en werkgeverschap bij hoort.

Ik zie het onderzoek graag tegemoet en hoop onderwijl dat alleen de aandacht hiervoor al een beweging ten goede gaat maken!

Peter Koopman

20 mei 2014

Goede zaak om onderzoek op dit gebied te doen. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw schreef dr. W de Gooijer bij zijn promotie " het is een kunst in de gezondheidszorg gezond te blijven". Ik las in de vragenlijst dat deelverzamelingen op basis van branche worden onderzocht. Net als onderzoek op basis van functienamen dreigt hier de valkuil van te grote diversiteit binnen deze "harde" clusters! Beter zou zijn de werkomstandigheden op erkende beroepstitel ( wet BIG ) te onderzoeken in relatie tot betreffende zorgopgaven. In branches waar bijvoorbeeld weinig op bachelor niveau opgeleide verpleegkundigen werken zullen complexe zorgopgaven op andere schouders rusten. Dat is niet alleen een item op het terrein van zorgkwaliteit maar ook aspect van werkomstandigheden. Ik adviseer daarom de beroepenmix te betrekken en niet alleen op taakfunctie of zorgkoepelniveau te tellen.

Babette Bronkhorst

20 mei 2014

Dank voor uw reactie. Als promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam voer ik het onderzoek Gezond Werken in de Zorg uit.

De functiegroepen in het onderzoek zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de FWG indelingen en worden gebruikt om de deelnemers in te delen. Het onderzoek richt zich namelijk zowel op patiënt/client gebonden functies als op ondersteunende en staffuncties. De analyse vindt bij voorkeur plaats op het niveau van organisatie of organisatieonderdeel. Inmiddels hebben 38 zorgorganisaties aangegeven mee te doen. Daarnaast wordt het totaal ook op brancheniveau geanalyseerd. Op deze manier kunnen we verschillende dwarsdoorsneden van de populatie zorgmedewerkers maken.

Peter Koopman

20 mei 2014

#3 ik begrijp uw reactie, maar ik poogde u te wijzen op het kwalitatief onderscheid tussen functie en beroep. U kiest duidelijk voor de functie-invalshoek en zult daarmee een aantal mogelijke verklaringen kunnen missen. Een lokale werkgever is immers vrij in het formuleren van selectie-eisen voor de taakverdeling via functies in de betreffende organisatie. Bijvoorbeeld: vanaf FG 45 kan in VOV functies een hbo niveau verlangd worden, maar ook kan in FG 55 bij deze functies daarvan worden afgezien. Daarenboven kan in de lokale functie-omschrijving een arm appel op BIG-beroepscompetenties worden gedaan, terwijl deze elders nagenoeg congruent daarmee kan zijn; een en ander in dezelfde FWG functiegroep. Bij functieuitoefening in het kader van individuele gezondheidszorg pleit ik daarom voor het onderzoeken van de beroepsuitoefening van mbo-verpleegkundigen, verpleegkundigen opgeleid op bachelor niveau en de erkende verpleegkundig specialisten op Masterniveau in VOV functies. Deze functieuitoefening zal naar verwachting congruent zijn aan toetsbare wettelijke bevoegdheids- en bekwaamheidseisen. De eventuele te hoge werkstress voortkomend uit een discrepantie in deze werklast kan dan helder worden.
Maar uw meer beperkte scope levert vast ook gegevens op die later in een grotere puzzel kunnen worden ingepast. Het verkrijgen van data is in uw opzet eenvoudiger.

Top