Finance

Ggz van de toekomst is kleiner, maar diverser

De ggz heeft turbulente tijden achter de rug, zoals veranderingen in wet- en regelgeving, zelfonderzoek en ambulantisering. Veel instellingen hebben daardoor de afgelopen jaren meer teruggekeken dan vooruit. Om klaar te zijn voor de toekomst, moeten nu stappen worden gezet. Instellingen moeten hun meerwaarde zichtbaar maken en dit vertalen naar de ggz van de toekomst. Hiervoor is ruimte nodig voor innovatie.

Rabobank en KPMG Plexus – beide betrokken bij het vormgeven van de toekomstige geestelijke gezondheidszorg – gingen in gesprek met bestuurders en toezichthouders van een 30-tal ggz-instellingen met de centrale vraag: Hoe ziet de toekomstige ggz eruit en wat betekent dat voor het business model?

Toekomstvisie ggz

In de toekomst wordt de totale ggz kleiner, maar ook anders: veel meer preventief, gespecialiseerd, multi- en interdisciplinair. Toekomstige zorgvragen en chroniciteit worden voorkomen door betere preventie en vroegsignalering en betere antwoorden op aanwezige problematiek. Dit betekent niet alleen dat er minder psychische ziekten zijn, maar ook dat mensen beter in staat zijn om grip te houden op hun leven.

Naast meer focus op preventie, vraagt deze visie ook andere manieren van diagnosticeren en behandelen. Denk bijvoorbeeld aan de volgende ontwikkelingen:

•    Gepersonaliseerde zorg: door middel van technologie kan evidence-based kennis efficiënter worden ingezet bij diagnostiek en behandeling. Daarnaast sluit het beter aan bij specifieke kenmerken van de cliënt.

•    Het gebruik van big data & analytics vergroten de mogelijkheid om toekomstige zorgvragen te voorspellen en daarmee vroeg te interveniëren.

•    Integrale netwerken in de wijk dragen bij aan vroegsignalering, destigmatisering en een integrale ondersteuning en behandeling gericht op symptomatisch, persoonlijk en maatschappelijk herstel.

•    Apps en monitoringsinstrumenten ondersteunen mensen in het dagelijks leven. De data die daaruit voortkomt, helpt vervolgens weer bij vroeginterventie bij mogelijke terugval en kwaliteits/ effectiviteitsverbetering.

In de praktijk zien we dat er al mooie stappen gezet worden op het gebied van zorg in de wijk en technologische innovaties, zoals e-health en behandeling met behulp van gaming. We zien beweging van zorgen voor mensen naar het managen van gezondheid en ziekte door mensen zelf. Van aanbodgericht naar vraaggericht. Verdere invulling van deze ambities vraagt om een evenwichtige overgang van de huidige naar de toekomstige ggz. De veranderingen vragen om een cultuuromslag, naar anders denken, maar ook om andere business modellen.

Veranderend business model

Ggz-organisaties bieden zorg en ondersteuning aan diverse doelgroepen: van preventie tot chronisch. De ggz van de toekomst heeft daarom niet één gezicht. Toegevoegde waarde en veranderkracht worden steeds belangrijker. Dit vraagt om een heldere stip en strategie, al dan niet op basis van krimp. Onderscheidende waardeproposities bevatten bijvoorbeeld:

•    Gepersonaliseerde diagnostiek gebruikmakend van bestaande evidence- en practicebase;

•    Kennisdisseminatie: kennis continuüm;

•    Een integraal en virtueel netwerk rondom de burger.

Dit met als doel om de zorg optimaal aan te laten sluiten bij de leefwereld, mogelijkheden en de zorgvraag van de burger.

Van strategie naar executie

Begin september zijn we opnieuw met bestuurders in gesprek gegaan met de vraag: Welke stappen zijn wanneer nodig om hiernaar toe te werken? Juist bij krimp is er ruimte nodig om te innoveren in nieuwe vormen van zorg – samenwerking met andere stakeholders (zowel publiek als privaat) – en invulling te geven aan nieuwe business modellen. Verdere transformatie van de bestaande ggz-instellingen is nodig om de ambities voor 2030 te realiseren. Dit betekent vandaag beginnen en niet pas morgen. Betrokken partijen moeten loskomen van het hier en nu. Dit vraagt om visie en ondernemerschap en andere rollen van aanbieders en financiers. Maar het vraagt vooral om DOEN.

We zien uiteenlopende vormen van nieuwe business modellen ontstaan: van groei vanuit excellente zorg naar landelijke schaal tot regionaal in samenhang in de wijk. Ook ontstaan er nieuwe vormen van meerjarencontracten om innovatie mogelijk te maken. Binnen de huidige kaders is al veel mogelijk om de volgende stappen te zetten: aan de slag!

Karin Lemmens, Senior Manager KPMG Plexus en Suzanne van Hoeve, Sectorspecialist Gezondheidszorg Rabobank

Karin Lemmens en Suzanne van Hoeve_311

2 Reacties

om een reactie achter te laten

Jim van Os

21 september 2017

De deelnemende GGZ bestuurders , verzekeraars en bankiers zijn vergeten de casus te maken voor een publieke GGZ die mogelijk moet gaan maken dat de 25% prevalentie van psychisch lijden de 5% capaciteit van de GGZ niet voortdurend overspoelt - en daarmee de GGZ ondoelmatig maakt. Het wekt weinig vertrouwen dat het kernprobleem niet is geïdentificeerd.

Verder is een probleem dat de casus van "gepersonaliseerde psychiatrie" weliswaar aantrekkelijk 'techno' klinkt maar wetenschappelijk niet te onderbouwen is. Biologische, psychologische of andere stratificatie is gewoon niet mogelijk in de psychiatrie. Hetzelfde geldt voor de hoop dat "big data" het verschil gaan maken. Waar is de evidentie? Mij is geen onderzoek bekend dat dit in de nabije toekomst enig verschil gaat uitmaken.

Het onderliggende probleem is dat de GGZ als behandelsector niet kan aantonen dat het impact heeft op de psychische volksgezondheid. De GGZ opereert in een achterhaald ziektemodel waarin men beloond wordt voor symptoombestrijding ('value-based health care') maar waarin geen ruimte is voor mensen van wie de symptomen niet verbeteren: comorbiditeit met verslaving, verstandelijke beperking, persoonlijkheidsproblematiek, chronische suïcidaliteit en psychose. Oftewel: de mensen waar de 5% capaciteit van de GGZ voor bedoeld is.

Mij bekruipt de vrees dat de high-tech taal van personalised psychiatry en big data vooral dient als rookgordijn om de werkelijke uitdagingen en misstanden te camoufleren.

Jim van Os
Hoogleraar Psychiatrische Epidemiologie en Publieke GGZ
UMC Utrecht Hersencentrum

Bauke

25 september 2017


Exact, en om die fundamentele kwesties maar even bij de naam te noemen (in willekeurige volgorde):

- onderzoekers die via peperdure studies kleine verbeteringen nastreven voor problematiek waarvoor al veel behandeling beschikbaar is – maar grote systeemvraagstukken uit de weg gaan
- professionals die niet verder kijken dan hun eigen case-load en als door een wesp gestoken reageren als iemand zich bemoeit met wat ze in de spreekkamer doen (ongeacht of dat managers, financiers, dataverzamelaars of cliënten zelf zijn)
- bestuurders die vooral willen behouden wat zij of hun voorgangers aan vastgoed, personeel en omzet hadden
- opleiders die GGZ-professionals leren om tot in de details te diagnosticeren en behandelen maar verzuimen om vaardigheden aan te leren om echt te communiceren met cliënten, naasten en andere betrokkenen
- financiers die structureel grote instellingen belonen om hun bedden goed bezet te houden, kleine aanbieders stimuleren om ‘nieuwe’ cliëntenmarkten aan te boren en over de gehele linie preventie alleen als kostenpost zien
- cliënten, naasten en burgers die torenhoge verwachtingen van de GGZ koesteren en er zich makkelijk van afhankelijk maken
- politici die via ‘marktwerking’ ongewild aanbieders aanmoedigen om zo licht mogelijke problematiek te ‘overbehandelen’, en aanbieders van ‘zware zorg’ onderlinge samenwerking moeilijk maken
- beleidsmakers die zich steeds geen rekenschap geven van enerzijds de complexiteit van psychische problematiek en anderzijds de dwarsheid van de sector

Maar het meest fundamentele probleem is dat de GGZ vooral haar eigen ding doet en wil doen – het individueel behandelen van mensen met een psychische stoornis . Wie goed luistert op scholen, in bedrijven, op straat en bij andere (zorg)professionals hoort dat daar heel andere vragen leven. Die vragen uit de samenleving om bv. informatie, advies, laagdrempelige consultatie en hulp ter plaatse beantwoordt de GGZ niet omdat ze dat niet haar core business vindt.

Wat de core business van de GGZ dan wel is staat al decennia ter discussie. Volgens mij verdient Nederland een creatievere analyse dan die hier wordt gegeven, waarin als oplossingen weer de usual suspects langskomen: big data, mobiele ehealth, ‘de wijk’ en ‘gepersonaliseerde zorg’. Allemaal (mogelijk) waardevol maar weinig uitgewerkt. Het verdelingsvraagstuk, te weinig capaciteit bij te veel vraag, wordt er niet mee opgelost.

Dat vraagstuk schreeuwt om een systemische en sociale aanpak. Er is een enorm potentieel aan ervaringsdeskundigen, collega’s, burgers, professionals en anderen die heel veel zouden kunnen doen voor mensen met enige vorm van psychische problematiek. De GGZ zou daaraan richting en ondersteuning kunnen bieden – mits ze haar gezicht naar de samenleving toekeert en een werkelijk publieke GGZ wordt.

Bauke Koekkoek
lector Psychiatrische Zorg, crisisdienstverpleegkundige
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

Top