“We waarderen de voortvarendheid waarmee het Rijk stappen zet om eindelijk meer duidelijkheid en perspectief te bieden in dit complexe dossier”, aldus het Brabantse college. Het dagelijks provinciebestuur zegt de voorgestelde maatregelen “zorgvuldig te bestuderen” en daarna met een inhoudelijke reactie te komen.
Geitenmoratorium
Brabant heeft de meeste geitenhouderijen, naar eigen zeggen 117. Al sinds 2017 geldt in Brabant een geitenmoratorium, wat betekent dat er geen nieuwe bedrijven bij mogen komen en bestaande bedrijven niet mogen uitbreiden, omdat er zorgen zijn om de effecten op de volksgezondheid. Acht andere provincies voerden ook zo’n geitenstop in; alleen Friesland, Groningen en Zeeland deden dat niet. Die provincies hebben ook weinig geitenhouderijen.
Longontstekingen
De Gezondheidsraad concludeerde na onderzoek dat omwonenden van geitenhouderijen een “beduidend hoger risico” lopen op longontstekingen. Binnen een halve kilometer zou de kans 73 procent hoger zijn. De raad adviseerde eind vorig jaar om uit voorzorg een afstandsnorm van minimaal 1000 meter te hanteren tussen een geitenbedrijf en huizen. Het kabinet wil een norm van 500 meter gaan hanteren.
In de impactanalyse die het kabinet liet maken om de gevolgen van een afstandsnorm inzichtelijk te maken, staat dat in Brabant zo’n 3500 woningen binnen 500 meter van een geitenhouderij staan. Bij een norm van 1000 meter zijn dat er ongeveer 23.000. Volgens de provincie is de analyse onvolledig en “deels op verouderde gegevens” gebaseerd.
Voorzorgsgerichte aanpak
Noord-Brabant wil de kennis en expertise over infectieziekten die het heeft opgedaan door de ervaringen met onder meer Q-koorts en het coronavirus “graag inzetten om tot effectieve en uitvoerbare oplossingen te komen”. Veel inwoners van Brabant ondervinden volgens de provincie nog steeds de gevolgen van Q-koorts en Covid-19. “Deze ervaringen onderstrepen het belang van een voorzorgsgerichte aanpak, goede samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en zorgpartners en tijdige maatregelen om gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk te beperken.”