De zogenaamde deeltijdfactor blijft in de sector steken op 0,7, wat neerkomt op een gemiddelde werkweek van 25,2 uur. Dit ligt aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde van 0,8.
Uit berekeningen blijkt dat het tekort van tienduizenden vacatures in theorie oplosbaar is als zorgmedewerkers structureel iets meer uur per week extra zouden werken. Hoewel uit eerder onderzoek bleek dat een kwart van het zorgpersoneel meer uren wil werken, laten werkgevers deze kans vaak onbenut.
Binnen de sector bestaan grote verschillen. In universitaire medische centra maken medewerkers relatief veel uren (0,8), terwijl dit in de vvt het laagst is met een deeltijdfactor onder de 0,6.

Dat veel werkgevers in de zorg die extra mogelijke uren laten liggen is omdat er vanuit de Rijksoverheid en zorgverzekeraars gestuurd wordt op bezuinigingen, dus je kunt mensen wel meer laten werken maar als dat uiteindelijk niet uitbetaald wordt schiet je er niks mee op als werkgever.
Het is niet de werkgever die deze mogelijke extra uren laat liggen maar de Rijksoverheid en de zorgverzekeraars borgen de financiële kant niet.
Economisch rekenen lost geen zorgcrisis op
Weer verschijnt er een artikel vol grafieken, deeltijdfactoren, percentages en rekensommen. Alsof de oplossing voor het personeelstekort in de zorg eenvoudig uit een spreadsheet is af te leiden. Laat zorgmedewerkers gemiddeld één uur per week extra werken en de vacatures verdwijnen, zo luidt de redenering. Dat klinkt aantrekkelijk, maar het laat vooral zien hoe ver beleidsmakers, adviesbureaus en bestuurders zijn verwijderd van de dagelijkse werkelijkheid op de werkvloer.
De vraag is niet waarom verpleegkundigen te weinig uren werken. De echte vraag is waarom zoveel verpleegkundigen er bewust voor kiezen om minder te werken. Het antwoord is al jaren bekend: een torenhoge werkdruk, steeds meer administratieve verplichtingen, onregelmatige diensten, toenemende agressie, een gebrek aan waardering en een salaris dat geen recht doet aan de enorme verantwoordelijkheid die zij dagelijks dragen.
In plaats van opnieuw miljoenen uit te geven aan onderzoeken, adviesbureaus en projecten om te achterhalen waarom mensen niet meer willen werken, zou de overheid eindelijk eens moeten investeren waar het werkelijk nodig is: bij de mensen die de zorg draaiende houden. Jaarlijks verdwijnen enorme bedragen in managementlagen, consultants, bureaucratie, registratiesystemen, kwaliteitslabels, vergadercultuur en controlemechanismen. Dat geld levert geen enkele extra verpleegkundige aan het bed op. Sterker nog, het vergroot juist de administratieve druk waardoor zorgverleners steeds minder tijd overhouden voor hun patiënten.
Een structureel betere beloning van verpleegkundigen en verzorgenden zou veel meer effect hebben dan alweer een nieuw onderzoeksrapport. Een eerlijk salaris, minder bureaucratie, meer professionele autonomie en meer waardering maken de zorg weer aantrekkelijk. Dan zullen niet alleen huidige medewerkers eerder bereid zijn hun contract uit te breiden, maar zullen ook veel meer jongeren opnieuw kiezen voor een beroep in de zorg.
Het is daarom tijd om te stoppen met economisch gegoochel met cijfers. De zorg is geen rekensom, maar mensenwerk. Je lost een tekort aan verpleegkundigen niet op met tabellen, grafieken en deeltijdfactoren. Je lost het op door de mensen die dag en nacht voor onze zieken, ouderen en kwetsbaren zorgen eindelijk te behandelen zoals zij verdienen.
En laten we één eenvoudige waarheid nooit vergeten:
Door een tablet van een manager is nog nooit één patiënt beter geworden. Een verpleegkundige aan het bed wél.