De Wlz-toegangscriteria blijven intact, maar een verblijf in het verpleeghuis wordt niet langer vanzelfsprekend. In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ontwikkelde Zorginstituut Nederland een afwegingskader, dat medio juni verscheen.
Tegenwicht
Voortaan bepaalt niet alleen de zorgvraag of een verpleeghuisplek passend is. Ook het sociale netwerk, de woonsituatie en de draagkracht van mantelzorgers wegen mee. “Hoe lager de scores in dit domein, hoe beter de omgeving de zorg kan ondersteunen en dus meer tegenwicht biedt”, aldus het zorginstituut. Daardoor kan een zorgvraag die op zichzelf aanleiding geeft voor intramurale verpleeghuiszorg mogelijk toch buiten het verpleeghuis worden opgevangen.
Volgens het zorginstituut is het afwegingskader geschikt voor de praktijk, mits aan diverse randvoorwaarden wordt voldaan. Zo moeten er voldoende alternatieve woonvormen zijn, betere mantelzorgondersteuning en minimale administratieve lasten.
Proefperiode
De HLO-partijen werken inmiddels aan de verdere uitwerking van het afwegingskader. “Ze bekijken bijvoorbeeld welke zorgprofessionals ermee gaan werken en hoe het afwegingsproces verder moet worden ingericht”, laat het Zorginstituut weten.
Op advies van Zorginstituut Nederland volgt eerst een proefperiode. Minister Sterk schrijft in een Kamerbrief dat zij werkt aan wetgeving om het afwegingskader juridisch te verankeren. Op zijn vroegst kan het in 2029 worden ingevoerd. De reacties op het afwegingskader zijn verdeeld. Op Zorgvisie uiten beroepsvereniging Verenso, MantelzorgNL en ANBO-PCOB hun zorgen en wordt het kader verder toegelicht.
