Den Haag, juni 2024 Sophie Hermans, minister van VWS. Foto: Martijn Beekman
Kamerleden van SGP, SP, ChristenUnie, PVV, 50PLUS en PRO stelden vragen over nijpende situaties door personeelstekorten in de kraamzorg deze zomer in Utrecht en Zuid-Limburg. Minister Hermans schrijft: “Het kabinet vindt het zeer onwenselijk dat eerder toegezegde zorg op een dergelijke korte termijn niet geleverd wordt. Na het ontstaan van de problematiek hebben zorgverzekeraars, het Kraamzorgsamenwerkingsverband (KSV), kraamzorgorganisaties, verloskundigen en ziekenhuizen direct geschakeld om zo snel mogelijk alternatieve kraamzorg voor de getroffen zwangeren te organiseren. Dat is ook gelukt, waarvoor complimenten.”
Hoe nu verder?
De oppositie wil weten wat het kabinet doet om te voorkomen dat dit soort noodsituaties in de toekomst opnieuw ontstaat. In antwoord wijst de minister op afspraken op landelijk niveau met brancheorganisatie Bo Geboortezorg en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) over de krapteregio’s waar code rood geldt. “Als in regio’s met krapte extra regionale inzet of interventies nodig zijn, dan kunnen deze worden ingezet en bekostigd aan de hand van een regioplan dat regionale partijen in overleg met de preferente zorgverzekeraars opstellen. Interventies die regionaal worden ingezet, zijn actieve wachtlijstbemiddeling, het opzetten van een kraamhotel, het opzetten van een centrale partuspool en extra regionaal opleiden.”
Geen extra middelen
Op de vraag om op korte termijn extra financiële middelen beschikbaar te stellen voor salarissen en wachttijden reageert de minister negatief. “Wat betreft kostendekkende tarieven, salarissen en wachtdienstvergoedingen in de kraamzorg zijn de rollen en verantwoordelijkheden helder.”
Ook op de vraag of wachtdiensten van kraamverzorgenden als arbeidstijd moeten worden gezien, reageert Hermans negatief. De betaalde dienst van een kraamverzorgende gaat pas in bij een oproep. Tot die tijd is er sprake van onbetaalde rusttijd. “Een belangrijke nuance hierbij is dat oproepdiensten werknemers niet te veel mogen beperken in het vrij invullen van hun tijd.”
Serieuze aanpak
Ten slotte vragen de Kamerleden zich af waarom een serieuze aanpak van de crisis in de kraamzorg uitblijft, gezien het feit dat kraamverzorgenden hierover keer op keer de Kamer benaderen. Daarop antwoordt de minister dat de capaciteitsproblematiek in de kraamzorg weerbarstig is en dat de ‘transitie tijd en gezamenlijke inzet vraagt’.
Reactie vakbond
FNV Zorg & Welzijn reageert met een persbericht op de antwoorden van Hermans. “Personeelstekorten worden nu weggepoetst met lapmiddelen. Meer gezinnen op een dag, minder kraamzorg per gezin, kraamverzorgenden die structureel extra diensten draaien en bevallen in kraamhotels. Het zijn voor FNV Kraamzorg allemaal lapmiddelen voor de structurele en jarenlange personeelstekorten in de sector.”
De bond ziet de oplossing in verplichte regionale samenwerking. Van alle kraamzorgorganisaties heeft zo’n 60 procent minder dan 25 medewerkers in dienst. Feli Escarabajal, vakbondsbestuurder FNV Kraamzorg: “Die kleinschaligheid brengt de continuïteit van de kraamzorg in gevaar en legt onnodige druk op de kraamverzorgenden. Nu draaien er in een regio tien werknemers van verschillende organisaties tegelijkertijd een wachtdienst. Op basis van het aantal bevallingen in een regio heb je eigenlijk maar twee kraamverzorgenden in wachtdienst nodig. Door samen te werken kun je kraamverzorgenden effectiever inzetten en de werk-privébalans verbeteren.

