Uit de reportage van EenVandaag blijkt dat het IBZ binnen de Inspectie verdwijnt en dat de fte’s worden verdeeld over de reguliere toezichtafdelingen. Officieel om de kennis over fraudebestrijding breder in de organisatie te verspreiden. Volgens de IGJ was het programma tijdelijk en blijft de kennis beschikbaar.
Risico’s
De interne stukken laten zien dat het binnen de Inspectie botst tussen de reguliere aanpak, die gericht is op leren, verbeteren en een gezond vertrouwen in zorgorganisaties, en die van IBZ, dat zich richt op malafide aanbieders bij wie vertrouwen volgens het team niet op zijn plaats is. De aandacht bij de IGJ lijkt nu primair bij het verbeteren van kwaliteit te liggen en niet bij het opsporen van criminaliteit.
Het verspreiden van de mensen uit het IBZ over de reguliere toezichtafdelingen brengt volgens IBZ ‘reële risico’s’ met zich mee: verlies van specialistische samenhang en dossierkennis. Zo schrijft IBZ aan de directie: “De ervaring leert dat het opsplitsen van zo’n gespecialiseerd team leidt tot verlies van expertise en samenhang, en dat herstel daarvan veel tijd kost.”
Verbazing minister
In een Kameroverleg afgelopen vrijdag zei minister Mirjam Sterk dat de berichtgeving van EenVandaag voor haar een verrassing is. “Het is een besluit van de IGJ zelf geweest, daar hoeven ze mij niet bij te betrekken, ik ga daar niet over. Zorgfraude heeft topprioriteit wat mij betreft.”
Motie 50PLUS
50PLUS heeft direct na de uitzending van EenVandaag schriftelijke Kamervragen gesteld over het opdoeken van IBZ en een motie ingediend om het IBZ in stand te houden. Dat deed Kamerlid Corrie van Brenk tijdens het wetgevingsoverleg – jaarverslag ministerie VWS. Van Brenk zegt: “Dat is toch wel opvallend, want formeel heeft de Inspectie wel de taak om fraude te bestrijden. Maar de Inspectie geeft signalen van fraude en zorgondermijning nu enkel door aan een centraal meldpunt. Dan moeten andere opsporingsdiensten, zoals de recherche zorgfraude van de Arbeidsinspectie, ermee aan de slag. Wat ons betreft zou die aanpak veel meer geïntegreerd moeten zijn. Door een groot, centraal team van zorgrechercheurs op te zetten. Dan pak je het voor ons zeer kwalijke probleem van ondermijnende zorgcriminaliteit wél aan.”
