Aan het onderzoek deden 22 IC-verpleegkundigen mee, 31 verpleegkundigen werkten volgens het gewone rooster en vormden de vergelijkingsgroep. Van de verpleegkundigen die met het chronorooster werkten was 59 procent binnen één dag hersteld. Voor de pilot gaven deelnemers aan dat ze zich twee tot drie dagen brak voelden. Het aantal verpleegkundigen dat aangaf te moeten vechten tegen de slaap tijdens een nachtdienst nam sterk af: van 86 procent naar 41 procent.
Voor de start van de pilot gaf het merendeel van de deelnemers (77 procent) aan zich uitgeput te voelen na een nachtdienst. Tijdens het werken volgens het chronorooster daalde dit naar minder dan de helft. 73 procent van de deelnemers gaf aan last te hebben van maag- en darmklachten tijdens nachtwerk. In de groep die volgens het chronorooster werkte, daalde dit naar 27 procent.
Biologische ritme
Binnen het chronorooster werken verpleegkundigen niet meer de volledige nacht. Zij starten óf vroeg in de ochtend, van 04.00 uur tot in de middag, óf werken van 20.00 uur tot 04.00 uur, afgewisseld met een tussendienst van 12.00 uur tot 20.00 uur. Zo blijft er altijd een deel van de nacht beschikbaar om te slapen en wordt het biologische ritme minder verstoord. Daarnaast houdt het chronorooster rekening met individuele voorkeuren. Sommige mensen zijn van nature vroege vogels, anderen juist avondmensen.
Invloed personeelstekort
Internist-intensivist en een van de initiatiefnemers van de pilot in het JBZ, Astrid Salet, ziet dat de personeelstekorten in de zorg bijdragen aan de snelheid en de wil om chronoroosteren in te voeren. “Door het tekort vragen we aan personeel wat zij nodig hebben om hier te komen werken. Niet alleen de patiënt krijgt zorg op maat, ook de zorgprofessional.”
Salet benadrukt dat het chronorooster niet wordt opgelegd in het JBZ en dat alle regels uit de cao, bijvoorbeeld die gaan over rusttijden na nachtwerk, gerespecteerd worden.
Vervolgstudie met meer licht
In juli en augustus komt er op verzoek van de verpleegkundigen zelf een vervolgstudie in het JBZ. Daarin wordt ook de invloed van langere en zonnigere dagen meegenomen. Sommige verpleegkundigen willen namelijk niet meer terug naar de gewone nachtdiensten. Op basis van de uitkomsten uit het vervolgonderzoek wordt besloten of en hoe het chronorooster structureel wordt ingevoerd.
