Bijna één op de drie medicijngebruikers, zo’n 3,5 miljoen Nederlanders, kreeg te maken met het tekort. Minder dan eerdere jaren, maar nog steeds een hoog aantal.
“De ingezette richting van afgelopen jaren lijkt te werken”, schrijft Hermans in de brief. “Maar geneesmiddelentekorten raken nog steeds veel patiënten en kosten zorgverleners nog steeds veel werk. Het oplossen van tekorten gaat daarmee ten koste van tijd voor directe patiëntenzorg.”
Drie sporen
De minister schrijft dat de overheid via drie sporen ingrijpt: het voorkomen van de tekorten, het opbouwen van buffers en het oplossen van tekorten wanneer ze zich voordoen. “Het verbeteren van de beschikbaarheid van geneesmiddelen blijft voor het kabinet een prioriteit”, benadrukt zij. “Leveringszekerheid betekent dat geneesmiddelen ongestoord geleverd kunnen worden. Dit vraagt om inzet op nationaal en internationaal niveau.”
Extra voorraden
Een van pijlers in het beleid is de inmiddels gestarte opbouw van extra voorraden door groothandels. Die kunnen met behulp van subsidie een noodvoorraad aanleggen van drie tot vier weken voor geneesmiddelen tot een apotheekinkoopprijs van 15 euro. Volgens recent onderzoek werpt deze aanpak zijn vruchten af en zorgt de buffer voor een aantoonbare daling in de daadwerkelijke tekorten.
Verder werkt het kabinet aan het stimuleren van medicijnproductie in eigen land. Vooral generieke medicijnen worden vaak buiten Europa geproduceerd, vanwege lage lonen, milieueisen en energieprijzen. Om bedrijven te stimuleren in eigen land te produceren werkt Hermans samen met de minister van Economische Zaken en worden “actieprogramma’s” uitgewerkt. “Als Nederlandse producenten van kritieke geneesmiddelen de deuren sluiten, vergroot dat onze afhankelijkheid van landen buiten Europa. Dat wil het kabinet waar mogelijk voorkomen”, aldus Hermans.
