ChatGPT-bewerking van Polinmr / Getty Images / iStock
In het Aanvullende Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is afgesproken dat zorgaanbieders moeten opereren in een ‘eerlijk speelveld’.
Ziekenhuizen hebben namelijk het gevoel dat ze “uitgehold worden”, doordat zelfstandig behandelcentra (zbc’s) veel laagcomplexe zorg leveren. De ziekenhuizen hebben die goedkope simpelere zorg nodig om andere publieke taken zoals een spoedeisende hulp en avond- en nachtdiensten overeind te houden. Volgens de ziekenhuizen is er een oneerlijk speelveld dat opgelost moet worden.
Daarom kreeg de Nederlandse Zorgautoriteit de opdracht van het ministerie van Volksgezondheid (VWS) om theoretisch te onderzoeken of de betaaltitels voor zorg aangepast moet worden voor welke instelling ziekenhuis of zbc die zorg levert. De zogenaamde “prestatiedifferentiatie” is een andere prijs voor hetzelfde werk.
VWS publiceerde woensdag 3 februari het onderzoek van de NZa. De NZa heeft twee belangrijke conclusies.
(On)eerlijk speelveld
De eerste conclusie van de NZa is dat zij op basis van dit onderzoek niet kunnen vast te stellen is of er een oneerlijk speelveld is. Verschillende type zorginstellingen leveren inderdaad een ander zorgaanbod. Maar zorgverzekeraars nemen die verschillen mee in de contracten die ze aangaan. Zij houden bijvoorbeeld rekening met de casemix van een instelling en of een instelling avond- en weekenddiensten draaien.
Prestatiedifferentiatie
Over het wel of niet toepassen van prestatiedifferentiatie is de NZa wel helder: “Prestatiedifferentiatie is geen passend instrument voor het creëren van een eerlijk speelveld.”
Dit komt om te beginnen omdat het dus niet duidelijk is óf er een oneerlijk speelveld is. Daarnaast heeft prestatiedifferentiatie voor alleen planbare zorg geen effect, concludeert de NZa. En ten derde zou prestatiedifferentiatie van één type zorg de bestaande bekostigingssystematiek onnodig complex maken. Dat is volgens de NZa niet toekomstbestendig.
NVZ: conclusie is voorbarig
In het rapport zijn ook al reactie van veldpartijen opgenomen. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) zijn niet onder de indruk van het onderzoek van de NZa. Ze schrijven dat het onderzoek maar beperkt inzicht geeft in hoe tarieven, prestaties en kosten van verschillende zorgaanbieders zich tot elkaar verhouden. De conclusie dat prestatiedifferentiatie voor planbare zorg weinig effect heeft, vinden ze daarom ‘voorbarig’.
ZKN: inderdaad geen oplossing
De branchevereniging van Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN) onderschrijft “de conclusies dat (verdere) prestatiedifferentiatie geen oplossing biedt voor de vermeende problemen rondom een (on)eerlijk speelveld.”
ZKN mist de focusklinieken van ziekenhuizen in dit rapport. Welke plek hebben zij in het speelveld? Ook mist een analyse of de grote van de zorginstelling invloed heeft op de tarieven. Grote aanbieders zouden namelijk meer marktmacht hebben en meer zorg kunnen afdwingen.
Zorgverzekeraars content
Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is blij met het rapport. “Het rapport bevestigd de rol van de zorgverzekeraars in het veld.” Want tariefdifferentieatie is al een instrument dat zij gebruiken.
FMS: oneerlijk is verkeerde term
De Federatie Medisch Specialisten (FMS) wijst er in hun reactie op dat de term oneerlijk. Die term suggereert dat “sommige partijen nadelige effecten ondervinden”. Ongelijkheid tussen instellingen in niet noodzakelijk oneerlijk.
Vervolg
De NZa werkt samen met de veldpartijen in het programma “Passende bekostiging msz” aan een toekomstbestendige bekostigingssystematiek. Gupta Strategists werkt in opdracht van de NZa aan die feitenbasis om de problemen kwalitatief en kwantitatief te duiden.
Minister Bruijn van VWS belooft in zijn brief aan de Tweede Kamer dat hij (of waarschijnlijk zijn opvolger) in het tweede kwartaal van 2026 met een samenhangend pakket van maatregelen komt op basis van onder andere dit advies en de feitenbasis.

