De noodzaak is duidelijk: de vraag naar mentale ondersteuning stijgt, terwijl personeelstekorten de wachttijden verder onder druk zetten. Zorgverzekeraars CZ en VGZ stellen ruim 2,5 miljoen euro beschikbaar om het netwerk de komende jaren op te bouwen. Volgens CZ is het “onacceptabel” dat mensen lang moeten wachten, waardoor klachten verergeren.
Ondersteuning in plaats van specialistische zorg
Kern van de aanpak is het zogenoemde ‘verkennend gesprek’. Nog vóór een eventuele doorverwijzing naar gespecialiseerde ggz bespreekt een inwoner samen met een naaste, een wijkprofessional en een ggz-deskundige de hulpvraag. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar onderliggende oorzaken, zoals schulden, werkstress of eenzaamheid. Het uitgangspunt: niet elke mentale klacht vraagt om specialistische zorg; ondersteuning vanuit de omgeving of het welzijnsdomein kan soms volstaan.
Daarnaast wil het netwerk regionale knelpunten gezamenlijk aanpakken, wachttijden inzichtelijk maken en complexe situaties multidisciplinair bespreken.
De invoering gebeurt stapsgewijs in zes gemeenten. In 2028 moeten 1.500 verkennende gesprekken zijn gevoerd en de wachttijden voor specialistische ggz zijn teruggedrongen.