Foto: Andrey Popov/stock.adobe.com
In het coalitieakkoord 2026-2030 is opgenomen dat er een staatscommissie ingesteld moest worden die voor de langere termijn meer aanbevelingen zal doen voor hervormingen voor een financieel houdbaar zorgstelsel. Dat moet antwoord geven op de toekomstige vergrijzing en personeelskrapte. De Tweede Kamer vroeg hier in 2024 om in een aangenomen motie.
Lange termijn
Hermans schrijft dat de onderzoeksvraag vooral op de lange termijn gericht is en dat veranderingen op korte termijn kunnen doorgaan. Het kabinet is voornemens om langs deze twee lijnen de opdracht voor de staatscommissie uit te werken:
- Welke keuzes zijn er in breder maatschappelijk perspectief nodig om het dienen van de publieke waarden en doelen op de lange termijn haalbaar te laten zijn?
Door demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt kan er spanning ontstaan bij het borgen van publieke waarden als solidariteit, toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Dat dwingt tot het maken van keuzes in een breder maatschappelijk perspectief. In dat kader is het van belang om stil te staan bij hoe volksgezondheid, welzijn, zorg en ondersteuning zich onderling tot elkaar verhouden, en tot andere domeinen zoals onderwijs en huisvesting. En hoe in bredere zin via overheidsbeleid, waaronder de gezonde leef- en voedselomgeving en welzijn, kan worden ingezet op het bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van ziekte. Tot slot welke prioritering er nodig is binnen (het recht op) de collectief gefinancierde zorg. Hieronder vallen ook de balans tussen wat burgers en werkgevers bijdragen, de balans tussen wat mensen voor zichzelf en hun naasten kunnen betekenen en wat burgers mogen verwachten van zorgverleners en de overheid.
- Welke aanpassingen van het stelsel van volksgezondheid, welzijn, zorg en ondersteuning in brede zin zijn nodig om de publieke waarden en doelen daadwerkelijk te realiseren en het stelsel toekomstbestendig en weerbaar te maken?
Daarbij is het onder andere van belang om stil te staan bij hoe het aanbod van zorg en ondersteuning geordend moet worden, wat de rol van de verschillende overheidspartijen moet zijn, hoe de financiële prikkels in het stelsel zo ingericht kunnen worden dat de schaarse mensen en middelen zo goed mogelijk worden ingezet, welke organisatie de zorg en ondersteuning moet inkopen en onder welke voorwaarden, en wat de rol van concurrentie bij de inkoop moet zijn. Ook is het van belang om aandacht te hebben voor hoe keuzes over de allocatie van mensen en middelen moeten worden gemaakt, binnen het domein van de zorg en ondersteuning, en tussen de verschillende domeinen, waaronder het domein van de publieke gezondheid in het kader van (medische) preventie. Tot slot is het van belang om na te denken over wat er nodig is om het zorgstelsel meer flexibel te maken, zodat ook de uitdagingen die zich in de toekomst voordoen effectief en daadkrachtig kunnen worden opgelost en dat beter kan worden ingespeeld op mogelijke crisissituaties.
Samenstelling staatscommissie
Hermans wil een staatscommissie “met een diverse en gevarieerde samenstelling”. “Die variatie zal worden gezocht in leden met uiteenlopende achtergronden. Het is van belang dat zowel kennis van volksgezondheid, welzijn, zorg en ondersteuning op landelijk en lokaal niveau vertegenwoordigd is. En dat er personen met heel andere achtergronden in de commissie komen die de zorgsector een frisse blik van buiten kunnen bieden. Tot slot is het relevant dat zowel de wetenschap als praktijk vertegenwoordigd zijn, en dat politiek-bestuurlijke ervaring zijn plaats krijgt in de commissie.”
Anderhalf à twee jaar
De opdracht voor de staatscommissie moet in het derde kwartaal van 2026 duidelijker worden. “Daarbij wordt uitgegaan van een looptijd van 1,5 à 2 jaar. De verwachte kosten voor de nader uit te werken opdracht en looptijd zullen, kijkend naar andere recente staatscommissies, in totaal circa 2 miljoen euro bedragen. Hiervoor is dekking gevonden in de VWS-begroting”, aldus de minister. (ANP/Skipr)

Mooi zo, zin in. Ik meld me aan om mijn steentje bij te dragen vanuit een wat andere hoek dan normaal.
We kunnen dit samen een stuk beter doen dan nu het geval is denk ik.
Voorwaarde is m.i. wel dat niet de usual suspects in zo’n commissie komen, maar ook juist anderen. Zoals mensen met jarenlange ervaring ‘in’ i.p.v. ‘aan’ de zorg en/of ondernemers en/of ZBC’s en/of PE ondersteunde zorgaanbieders. Omdat er anders ‘over’ i.p.v. ‘met’ hen gesproken zal worden.
Als dat niet gebeurt, dan blijven we, vrees ik, in oude patronen hangen en vernieuwen we niks. Dat zou zonder zijn. We kunnen dit samen echt beter doen. Als we het ook echt samen doen.
De insteek is niet inhoudelijk, maar financieel gestuurd. Dat is naar mijn idee een verkeerde insteek. Waarom vind ik dit? De financiële prikkel leidt efficiëntie maatregelen en niet tot kern van aanleiding van de toenemende zorgvraag. Als voorbeeld; de jeugdzorg neemt ongebreideld toe. De kosten rijzen de pan uit. Een op de 7 jongeren komen in aanmerking voor jeugdzorg. In 2000 had 3,7% jeugdzorg en in 2024 14,1%. De vraag is hoe komt dit nu? Er worden allerlei aannames gedaan. Er wordt onvoldoende gekeken naar het oorzakelijk verband. Met als gevolg dat er symptoom bestrijding plaats vindt. Pleisters plakken. De jeugdzorg blijft daardoor als maar groeien en de kosten stijgen. Hetzelfde gebeurt met deze commissie. Zoeken om de zorg efficiënter en goedkoper te regelen. Er wordt onvoldoende stilgestaan bij de oorzaken. Wanneer meer inzicht is in de oorzaken kan preventief ingegrepen worden. Dat leidt tot een betere resultaten en uiteindelijk een betere gezondheid. De IZA en AZWA komt ook moeilijk van de grond, omdat er samengewerkt moet worden. De productie prikkel is leidend en daardoor verloopt dit moeizaam. Organisaties houden de financiële barrières overeind, omdat ze daar op afgerekend worden. Dat maakt samenwerking moeilijk en leidt tot concurrentie. In bepaalde mate goed, maar voor samenwerking moeilijk. Ik ben benieuwd hoe de commissie samengesteld wordt. Wordt het wetenschap en hoogopleid ingericht of ook met mensen met praktische kennis en inzichten. Dat laatste lijkt mij nodig om het juiste perspectief te bieden. Als laatste zou ik de onderzoeksvraag breder trekken op basis van mijn bovenstaand pleidooi. Begin bij het begin en zoek naar oorzakelijke verbanden. Het duurt dan misschien langer en kost wat meer. Wat mij betreft gaan de kosten voor de baat.