Nadat het OMT een advies had uitgebracht, moesten maatregelen worden afgewogen door het zogenoemde Bestuurlijk Afstemmingsoverleg (BAO). Dat overleg bestond onder meer uit ministeries, gemeenten en de GGD. Binnen het BAO werd gekeken naar de impact van maatregelen. De politiek nam de uiteindelijke beslissing, aldus Van Dissel. “Ik heb ook buitengewoon streng bewaakt dat het buiten het OMT bleef”, zei Van Dissel tijdens zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie corona.
Volgens Van Dissel probeerde het OMT tijdens vergaderingen consensus te krijgen over wat de juiste lijn was. Daarbij was ruimte voor afwijkende meningen, stelt de oud-OMT-voorzitter. Als voorbeeld noemt hij de heropening van basisscholen. Zo wilde volgens hem een deel van het OMT dat de scholen weer volledig opengingen, terwijl anderen het liever gefaseerd zagen gebeuren.
Het OMT bestond uit virologen, maar ook uit artsen en andere disciplines. Het ging volgens hem om gedeelde kennis, waarbij bijvoorbeeld ook een kinderarts besluiten kan nemen over een sluiting.
Informatie
Van Dissel was helemaal aan het begin van de coronapandemie “vooral afhankelijk van informatie van buiten”, bijvoorbeeld van wat de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) of buitenlandse media meldden. Dat zei Van Dissel vrijdag tijdens zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona.
“De informatie was beperkt, veel was onzeker”, zei Van Dissel. Bij de samenstelling van het OMT beoogde hij een “multidisciplinaire groep” samen te stellen, met daarin mensen met internationale contacten op hun vakgebied. “Een groep van mensen die input konden geven als het ging om prioriteitsinschattingen”, aldus Van Dissel.
Bij hem leefden vragen zoals: wat is dit voor virus, hoe is de overdracht precies, hoe gedraagt het zich, hoe wil je het bestrijden, zei hij.
Samenstelling OMT
Van Dissel vindt niet dat er een disbalans was in de samenstelling van het OMT qua vertegenwoordigde disciplines, zei hij tijdens zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie corona. “Er zat een geweldig gedeelde kennis”, oordeelt hij.
Dat er relatief veel virologen in het OMT zaten en bijvoorbeeld minder kinderartsen of huisartsen had volgens Van Dissel geen invloed op de besluitvorming. “Het doel was advies te geven op de doelen die het kabinet destijds had. Of een bepaalde interventie, zoals bijvoorbeeld het weer openen van scholen nadat die eerder gesloten waren geweest, minder of meer kansen op contacten tussen mensen zou opleveren. En welke gevolgen dat zou kunnen hebben op de circulatie van het virus.”
Een advies van een kinderarts binnen het OMT over wat te doen met scholen woog “net zo zwaar, of zwaarder denk ik”, aldus van Dissel. Belangrijk volgens hem was ook dat veel OMT-leden zelf schoolgaande kinderen hadden.
Testbeleid
Het beleid in Nederland over wie wanneer moest worden getest in de beginfase van corona werd in de praktijk eerder aangepast dan zichtbaar was in de algemene richtlijnen, zei Van Dissel. Volgens de toenmalige RIVM-directeur en voorman van het Outbreak Management Team (OMT) was er sprake van “schuivende panelen”.
De zogenoemde casusdefinitie over wie volgens het RIVM wel of niet getest moest worden, werd gaandeweg losgelaten, aldus Van Dissel. Hoewel officieel door het instituut gemeld werd dat iemand bijvoorbeeld koorts moest hebben, was dat in de praktijk eerder al geen criterium. “Begin maart al niet meer. Oudere mensen werden toen al getest. Het koortscriterium voelde toen al niet goed voor ons.”
Kritiek dat het RIVM te terughoudend was met boodschappen over de mate van besmettelijkheid en het belang van testen vindt Van Dissel “te absoluut”.
Mondkapjes en avondklok
Van Dissel wordt pas bij een volgend verhoor bevraagd over zaken als mondkapjes en de avondklok. Dat zei de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie corona Daan de Kort aan het begin van het eerste verhoor van Van Dissel.
Enkele demonstranten
Een handjevol mensen demonstreert vrijdagochtend voor de ingang van de enquêtezaal in Den Haag waar Jaap van Dissel sinds 10.00 uur verhoord wordt door de parlementaire enquêtecommissie corona. Van Dissel was destijds directeur van het Centrum Infectieziektenbestrijding van het RIVM en voorzitter van het OMT. Enkele demonstranten dragen borden bij zich met teksten over coronavaccinaties.
Corona-verhoren
De verhoren begonnen vorige week vrijdag. Deze eerste volle verhoorweek staat in het teken van het begin van de pandemie.
In totaal vinden er 51 verhoren plaats, met in totaal 47 getuigen. Onder meer viroloog Marion Koopmans en toenmalig Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib zijn al verhoord. Naast Van Dissel moeten ook oud-premier Mark Rutte, voormalig gezondheidsminister Hugo de Jonge en oud-justitieminister Ferd Grapperhaus twee keer voor de commissie verschijnen. (ANP)
