Zij reageert in de brief op een onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Die adviseert om duidelijke stelselkeuzes te maken, onder meer door de aanspraak op het basispakket te vergroten.
Zorgvuldige beoordeling
“Het kabinet onderkent dat opname in het basispakket van de eerste twintig behandelingen voor aandoeningen op de ‘chronische lijst’ kan bijdragen aan een stevigere positie van de fysiotherapie”, schrijft de minister. “Voor een dergelijke uitbreiding van de aanspraak zijn op dit moment echter geen middelen beschikbaar op de VWS-begroting. Het kabinet maakt daarom de keuze om deze uitbreiding nu niet door te voeren.”
Zij schrijft verder dat wijzigingen in het verzekerde pakket vragen om een zorgvuldige beoordeling. Zij verwijst er ook naar dat passende zorg de norm is binnen het stelsel en dat de nadruk dan niet ligt op het “generiek uitbreiden” van aanspraken, “maar op het gericht inzetten van zorg waar deze aantoonbaar meerwaarde heeft voor de patiënt, bijdraagt aan functioneren, en zwaardere zorg kan voorkomen”.
Minimumtarieven
In de Tweede Kamer was verder via moties van het CDA en de SP aangedrongen op een noodplan en de mogelijke invoering van minimumtarieven om te voorkomen dat praktijken omvallen.
Hermans volgt hierin de NZa, die concludeert dat er momenteel geen sprake is van een acuut toegankelijkheidsprobleem of aantoonbaar ‘marktfalen’. Er zijn volgens de toezichthouder nog altijd voldoende eerstelijnsfysiotherapeuten om aan de vraag te voldoen.
Het invoeren van een minimumtarief wordt door de minister gezien als een “zwaar en uitzonderlijk instrument” dat nu niet proportioneel is. In plaats van in te grijpen in de tarieven, kiest het kabinet voor een structurele monitoring van de sector om eventuele toekomstige knelpunten tijdig te signaleren.
