Het webinar ‘Van akkoord naar actie: wat betekenen AZWA en HLO voor jou?’ werd georganiseerd door RegioKracht. Het enthousiasme over het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderen (HLO) is niet zondermeer groot. Veel deelnemers aan het webinar zitten met vragen. Met name over de focus en de financiën is men kritisch. Dat is ook niet zo gek. In regionale samenwerkingsverbanden spelen vaak verschillende geldstromen: vanuit de Zvw, de Wlz en de Wmo. En vanuit VWS zijn er subsidies. Zo laat Martin Holling, senior beleidsmedewerker en programmamanager HLO bij het ministerie van VWS, weten dat er nog voor de zomer een besluit komt over 400 miljoen euro extra aan zogenaamde ‘doorbraakmiddelen’ voor projecten binnen AZWA. Maar wat men wil is structurele financiering vanuit de verschillende domeinen. Of zoals een van de deelnemers aan dit webinar het verwoordt: ‘de juiste financiering op de juiste plek’.
Preventie
Maar hoe moet dat geld dan worden besteed? Jeroen van den Oever is als bestuursvoorzitter van ouderenzorgorganisatie Fundis betrokken bij verschillende regionale transformatieprojecten binnen de zorgakkoorden. Hij pleit voor een pot met geld – van een tot anderhalf miljard? – die regionale partijen kunnen inzetten voor preventie, los van de bestaande bekostigingssystemen. Jeroen van den Oever: “Zorgaanbieders zitten nog teveel in de ‘P maal Q’-situatie, dus hoe meer zorg we leveren hoe meer we betaald krijgen. Terwijl we eigenlijk minder zorg willen en meer aan preventie moeten doen.”
Volgens Jeroen van den Oever en René van het Erve – strategisch adviseur bij RegioKracht – is dat essentieel om de zorg toegankelijk te houden, zo stelden zij eerder in de podcast Partners voor Zorg. Die analyse wordt breed gedeeld, blijkt ook uit de reacties in de chat bij het webinar. Voor curatieve zorg is 120 miljard beschikbaar, en voor preventie maar 4 miljard. ‘Dat is zo scheef!’, schrijven meerdere deelnemers stellig.

Stap naar de voorkant
Martin Holling geeft aan dat partijen door deze akkoorden ‘een stap naar de voorkant’ maken: “Zodat zoveel mogelijk voorkomen wordt dat ouderen gebruik hoeven maken van professionele zorg, uitgaande van de behoefte van de ouderen. Daar zijn heel veel verschillende instrumenten voor, in samenwerking met het sociaal domein. Maar het begint allemaal bij de ouderen zelf. We gaan met de ouderen in gesprek om na te gaan wat de exacte behoefte is van de ouderen. Vervolgens kunnen we dan de juiste ondersteuning en zorg bieden, waarbij de eigen regie behouden blijft. Dat is voor beleidsmakers, zorgprofessionals en ouderen zelf een hele omslag in denken. De zorgakkoorden bieden een mooie impuls daarvoor.”
Samenwerking per regio
Samenwerking binnen het Integraal Zorgakkoord (IZA) is relatief overzichtelijk, constateert René van het Erve. “Aan ‘horizontale tafels’ zitten bijvoorbeeld mensen vanuit de ouderenzorg die allemaal in dezelfde wettelijke kaders werken. Dan kun je redelijk makkelijk je governance regelen. Aan regionale ‘verticale tafels’ zitten woningcorporaties, welzijnspartijen, verzekeraars, huisartsen, ziekenhuizen, wijkverpleegkundigen en burgerinitiatieven. Dat maakt het een ingewikkelder verhaal.” Het verschilt dan ook heel erg per regio hoe de samenwerking eruit ziet en hoever men al in dat proces is, constateert de strategisch ondersteuner. Er zijn al veel succesvolle doorbraken. Zo is Fundis in haar regio betrokken bij het transformatieproject Samen ZoeterMeer Gezond, waarin de integrale spoedzorg binnen één organisatie is ondergebracht. Die krijgt van de NZa één pot geld om vooral te voorkomen dat mensen onnodig in de spoedzorg komen, bijvoorbeeld door eenzaamheid tegen te gaan.
Toegevoegde waarde
De transformatie in Zoetermeer is eigenlijk niet eens zo’n grote interventie, vinden Van den Oever en Van het Erve. Dat geldt voor veel projecten. Je hebt er alleen wat ruimte voor nodig. Financiële speelruimte, maar ook de ruimte om elkaar te leren kennen. Wie heeft wat nodig? Wat zijn nou precies nut en noodzaak van een eventuele behandeling of ondersteuning? René van het Erve: “Kijk naar alle sector overstijgende zaken en probeer daar consensus over te krijgen. Maar blijf niet bij praten. Maak het concreet. Start met het realiseren van enkele doorbraken in je regio waarvan je denkt dat die toegevoegde waarde kunnen hebben. Voor de regio, voor je medewerkers en vooral voor de burger.”

Het programma RegioKracht van Vilans stimuleert regionale samenwerking waar dat nodig is, door organisaties te ondersteunen met kennis en onderlinge uitwisseling. Daarvoor heeft Vilans onder andere de community ‘Samenwerken in de zorg’ gestart.
De podcast van René van het Erve en Jeroen van den Oever is te beluisteren via Partners voor Zorg.

