Patiëntenfederatie Nederland deed onderzoek onder ruim 100 cliënten die Wlz-zorg thuis of in het verpleeghuis krijgen en 700 mantelzorgers. De deelnemers beoordelen de geleverde Wlz-zorg gemiddeld met een 7,3.
Vast team ontbreekt
Ondanks het rapportcijfer, voelt 34 procent van de ondervraagden zich onvoldoende geholpen. Zo zijn zij het meest ontevreden over de mate waarin er met vaste teams wordt gewerkt. “Cliënten en mantelzorgers krijgen te maken met wisselende gezichten die niet goed met elkaar en met cliënten en mantelzorgers communiceren over de zorg”, reageert Arthur Schellekens, directeur-bestuurder van Patiëntenfederatie Nederland.
Zo blijkt uit het onderzoek dat zorgverleners veranderingen in de gezondheid van patiënten meestal wel signaleren, maar dat de zorg lang niet altijd goed hierop wordt aangepast. Ook wordt bij aanpassingen vaak niet met zowel de patiënt als de mantelzorger afgestemd. “Dat ondermijnt het gevoel van veiligheid en vertrouwen, terwijl dat juist zo belangrijk is in de verpleeghuiszorg.”
Overbelaste mantelzorger
De Patiëntenfederatie signaleert verder dat meer dan de helft van de mantelzorgers hun zorgtaken als redelijk tot zwaar belastend ervaart. Vooral bij Wlz-zorg in de thuissituatie. Mantelzorgers geven aan dat afspraken over taken en verantwoordelijkheden niet altijd duidelijk schriftelijk zijn vastgelegd, wat leidt tot extra druk en onzekerheid.
Ook bij het gebruik van hulpmiddelen en de inzet van digitale (hybride) zorg blijkt de vastlegging volgens het onderzoek onvoldoende. Veel deelnemers weten niet of afspraken hierover schriftelijk zijn vastgelegd. “Zonder duidelijke afspraken lopen mensen het risico tussen wal en schip te vallen. Iedereen moet kunnen terugvallen op wat er is afgesproken over onder meer hulpmiddelen, digitale zorg en de rol van mantelzorgers”, zegt Schellekens.
Instroom en afstemming
De uitkomsten laten volgens Schellekens uitkomen dat het systeem onder druk staat. “Mensen met een Wlz-indicatie zijn vaak, naast informele zorg, afhankelijk van intensieve zorg van deskundige professionals en permanent toezicht. Dan is het extra zorgelijk dat zo’n grote groep aangeeft dat de zorg die zij krijgen tekortschiet.” Daarom roept Patiëntenfederatie Nederland zorgaanbieders, zorgkantoren en de overheid op om continue te monitoren of mensen met een Wlz-indicatie daadwerkelijk de geïndiceerde zorg krijgen. Indien nodig, moeten er volgens de federatie andere vormen van zorg georganiseerd worden. Daarnaast pleit de belangenorganisatie voor voldoende instroom en behoud van deskundig personeel en een goede afstemming tussen de cliënt, mantelzorger en zorgpersoneel waarbij er oog is voor de belasting van de mantelzorger.
Ook adviseert Patiëntenfederatie Nederland om alle afspraken over (palliatieve) zorg, hulpmiddelen, hybride zorg en de rol van mantelzorgers structureel schriftelijk vast te leggen. “Alleen met duidelijke afspraken, goede afstemming en het serieus nemen van wensen en belastbaarheid van zorgvragers en mantelzorgers kan passende Wlz-zorg worden geboden.”
Steun van V&VN
V&VN schaart zich achter de oproep van de Patiëntenfederatie en herkent de signalen. “Cliënten of bewoners krijgen niet altijd de zorg die ze nodig hebben en soms moeten zorgprofessionals kiezen wie op een bepaald moment wel of niet zorg krijgt”, reageert V&VN-voorzitter Bianca Buurman. “Terecht roept de Patiëntenfederatie op om meer aandacht te besteden aan het aantrekken en opleiden van zorgprofessionals en meer focus te hebben op het behoud van personeel. Een nieuw kabinet en werkgevers moeten hierin fors investeren.”
