• Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier
Abonneer u nu op dé podcast door de redactie van Skipr en Zorgvisie over de gezondheidszorg in Nederland Beluister de afleveringen van Voorzorg hier

Reader Interactions

Reacties 3

  1. Ed

    De kernfout hier : effectiviteit wordt behandeld alsof zij pas bestaat na formeel onderzoek, niet als iets wat in de praktijk evident is. Daarmee wordt epistemologie omgedraaid. Eerst bewijs, dan realiteit. Dat leidt tot absurditeiten zoals het impliciete frame dat zelfs basale, al decennialang bewezen interventies opnieuw onder verdenking komen te staan. De bril als denkbeeldig eindpunt is geen karikatuur maar een logisch gevolg van dit kader. Bewijs maar eens dat een bril effectief is?
    Wat hier gebeurt:
    • Categorieverwarring: bewezen werkzaam door mechanisme en ervaring wordt gelijkgesteld aan onbewezen omdat er geen recente RCT ligt.
    • Incentive-misvorming: zorgverleners en fabrikanten worden verantwoordelijk gemaakt voor het bewijzen van twijfel die beleidsmatig is gecreëerd .
    • Selectieve strengheid: alleen dure geneesmiddelen worden structureel getoetst; routinematige, laagdrempelige zorg blijft óf buiten beeld óf wordt willekeurig problematisch gemaakt
    • Technocratische machtstoename: het Zorginstituut krijgt een tussencategorie (“Vergoeding in Onderzoek”) die beleidsmatig handig is, maar klinisch destabiliserend werkt
    .
    De onderliggende ideologie: wantrouwen jegens professionele oordeelsvorming, gecombineerd met de fictie dat zorg pas legitiem is na centrale validatie. Dit is geen kwaliteitsdenken maar beheersingsdenken. Het verschuift risico’s naar patiënten, maakt zorg afhankelijk van deelname aan onderzoek en normaliseert extra reislast en randomisatie als beleidsinstrumenten

    • Ivo van Loo

      Hear hear Ed; dank je!

  2. Ivo van Loo

    Let op! Dit soort maatregelen waarbij beroepsgroepen en brancheverenigingen in de zorg worden ‘buitengesloten’ werken al snel (politieke en strategische) willekeur van stakeholders (zoals zorgverzekeraars en via hen politiek en Zorginstituut) in de hand. Waardoor het gevaar bestaat dat ‘vanachter bureau’s’ (door mensen die ‘aan’ maar niet ‘in’ de zorg werken), zonder intrinsieke kennis van zaken, besloten wordt of behandelingen al dan niet meer vergoed zullen worden vanuit het basis verzekerd pakket.

    Dit is een gevaar omdat zo’n 90% van de zorg uit het basis verzekerd pakket nu niet voldoet aan de definitie welke het Zorginstituut toekent aan de Stand van Wetenschap en Praktijk. Welke zorg wordt dan door wie en waarom dan ineens aan de kaak gesteld en welke zorg waarom dan niet?

    Volgens huidige wetgeving hebben beroepsgroepen in de zorg hier (nog) veel over te zeggen (‘de praktijk’), maar als het aan deze beleidsmakers ligt wordt enkel nog ‘de wetenschap’ (volgens Zorginstituut dan nog enkel maar in de vorm van juist in de zorg soms beperkt meerwaarde leverende Randomized Clinical Trials: zie o.a. rechtszaken revalidatiegeneeskunde bij chronisch pijn in 2025, doorlopend in 2026) belangrijk om te bepalen of zorg vanuit het basis verzekerd pakket vergoed wordt of niet.

    En dit soort maatregelen worden bedacht vanuit wantrouwen in beroepsgroepen en de gedachte dat ‘de zorg’ te duur wordt. Terwijl zorg vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) waar men met deze ‘bezuinigingen’ op inzet qua kosten minder snel stijgen dan het BBP, daar waar de kosten van de Wet Langdurige Zorg (WLZ) juist wel exponentieel stijgen. Daarom lijkt het van belang om vooral te bekijken hoe we de kosten via de WLZ in toom moeten houden i.p.v. de kosten vanuit de Zvw.