Philips was sinds 2021 bezig met een grote terugroepactie van miljoenen slaapapneuapparaten. Bij deze apparaten kon het isolerende schuim loslaten. De kwestie leidde tot hoge juridische kosten als gevolg van claims. In 2024 bereikte het bedrijf een schikking van 1,1 miljard dollar voor compensatie aan patiënten.
Amerikaanse beleggers
Beleggers zinnen echter nog steeds op compensatie voor volgens hen geleden schade door een flink gedaalde beurskoers. Een rechtbank in New York heeft het verzoek van de Amerikaanse beleggers tot wijziging van hun eerdere aanklacht toegewezen. Philips heeft op zijn beurt een verzoek ingediend om de eis van de hand te wijzen.
Deze Amerikaanse zaak werd al in 2021 aangespannen, toen Jakobs nog geen topman was maar wel een hoge bestuurder binnen het bedrijf. Hij stond destijds aan het hoofd van de divisie waaronder de slaapapneuapparaten vielen. Eerder hadden de beleggers hun pijlen in de zaak al op toenmalig topman Frans van Houten gericht.
Claimclubs
Ook in Nederland roeren beleggers zich nog. Philips is hier benaderd door zes verschillende claimclubs. Zij houden het bedrijf en zijn bestuurders aansprakelijk voor vermeende onjuiste verklaringen en het niet tijdig openbaar maken van informatie met betrekking tot de terugroepactie.
Verder heeft de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam gevraagd om een diepgaand onderzoek. Vorige maand zijn door verschillende partijen, waaronder de grote Amerikaanse vermogensbeheerder Vanguard, soortgelijke verzoeken ingediend.
Philips stelt in zijn jaarverslag dat het bedrijf mogelijk nog geld kwijt zal zijn aan het afwikkelen van de procedures, maar acht dit “niet waarschijnlijk”. Voor mogelijke kosten heeft het zorgtechnologieconcern geen geld apart gezet. Philips zegt de financiële impact, indien aanwezig, niet betrouwbaar te kunnen inschatten. (ANP)