In 2024 deden meer dan 1,5 miljoen Nederlanders een beroep op de geestelijke gezondheidszorg; een recordaantal. De druk op de sector neemt toe: de vraag groeit sneller dan de capaciteit, waardoor steeds meer mensen wachten op dezelfde zorg. Voor wie lijdt aan een eetstoornis of depressie telt elke dag; tijdige zorg kan levens redden.
Langst wachten
Het onafhankelijk onderzoek IBO mentale gezondheid en ggz ‘Uit balans’ maakt duidelijk dat de huidige inrichting van de geestelijke gezondheidszorg onhoudbaar is. Een voorbeeld hiervan is dat juist de mensen met de meest ernstigste psychische problemen het langst moeten wachten op hulp. Marktwerking vormt voor hen een serieuze belemmering. Ook de overgang van jeugd- naar volwassenenzorg is problematisch: wie 18 wordt, belandt opnieuw op een wachtlijst.
Investering
Wie denkt dat de ggz duur is, kijkt niet ver genoeg. De directe uitgaven bedragen 5,8 miljard euro, maar psychische klachten kosten de samenleving jaarlijks volgens het IBO 17 tot 51 miljard euro. Dat is hoger dan bij de meeste lichamelijke aandoeningen, omdat problemen vaak al op jonge leeftijd beginnen en regelmatig terugkeren. Het grootste deel van de rekening valt buiten de zorg, via ziekteverzuim en productiviteitsverlies. Investeren in de ggz is geen luxe, maar een investering die zich terugbetaalt. Wie nu wegkijkt, betaalt later de rekening.
Beken kleur
Het IBO biedt een route vooruit, maar die werkt alleen als we de verleiding van ‘cherrypicking’ weerstaan. Wie losse maatregelen kiest, houdt het systeem in stand. Vandaag staat een belangrijk debat over de ggz op de agenda. De politiek moet nu kleur bekennen: kies voor het investeringsscenario, voer het integraal uit en doe dat samen met het veld. Alleen zo ontstaat een ggz die werkt voor de mensen die haar het hardst nodig hebben. Vandaag ligt de keuze op tafel, het is nu tijd om door te pakken.
Geestelijke gezondheidszorg is geen kostenpost, maar een investering die levens redt.
Door Ruth Peetoom, voorzitter de Nederlandse ggz, Niels Mulder, voorzitter Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en Rudolf Ponds, voorzitter Nederlands Instituut van Psychologen (NIP)
