Het gaat jaarlijks om een groep van ongeveer 8.800 patiënten met deze twee aandoeningen die hartrevalidatie krijgen voorgeschreven. Patiënten met instabiele pijn op de borst, een hartinfarct, hartfalen of patiënten die een hartoperatie hebben gehad, kunnen nog steeds hartrevalidatie krijgen.
Richtlijnen aanpassen
Het Zorginstituut concludeerde bijna tien jaar geleden al, op basis van beschikbaar wetenschappelijk onderzoek, dat er onvoldoende onderbouwing is dat hartrevalidatie bij patiënten met pijn op de borst een effectieve behandeling is. Effectief betekent dat is aangetoond dat de behandeling goed werkt. Sindsdien heeft het Zorginstituut partijen aangemoedigd om de effectiviteit van deze behandeling te onderzoeken en de richtlijn aan te passen. Dit is onvoldoende gebeurd.
Weinig effecten van hartrevalidatie
Het Zorginstituut is in 2024 gestart met een nieuwe beoordeling om de effectiviteit vast te stellen van hartrevalidatie bij twee aandoeningen: stabiele angina pectoris en atriumfibrilleren. Stabiele angina pectoris is pijn op de borst die ontstaat bij inspanning en die weer verdwijnt in rust. Atriumfibrilleren is een hartritmestoornis en staat ook wel bekend als boezemfibrilleren. Hierbij is de hartslag onregelmatig en vaak sneller.
Pijn op de borst bij inspanning
Bij pijn op de borst bij inspanning heeft het Zorginstituut geen aanwijzingen gevonden dat hartrevalidatie leidt tot minder ernstige complicaties aan hart en bloedvaten. Het is onzeker of hartrevalidatie leidt tot minder pijn op de borst bij inspanning. In de studies is ook geen bewijs gevonden dat hartrevalidatie de kwaliteit van leven verbetert van deze patiënten. Het effect van hartrevalidatie op de lange termijn is niet onderzocht.
Boezemfibrilleren
Bij boezemfibrilleren stelt het Zorginstituut vast dat het heel onzeker is of hartrevalidatie leidt tot minder ernstige complicaties aan hart en bloedvaten, zoals een beroerte of hartfalen. Uit de resultaten blijkt niet dat hartrevalidatie de klachten van boezemfibrilleren vermindert. Ook zijn er geen aanwijzingen dat de kwaliteit van leven van patiënten met boezemfibrilleren verbetert.
Overgangsperiode tot 1 januari 2027
Het besluit van het Zorginstituut gaat in vanaf 24 maart 2026. Maar er komt wel een overgangsperiode. Patiënten met stabiele angina pectoris en boezemfibrilleren mogen hun behandeling nog afmaken tot uiterlijk 1 januari 2027 als zij al een programma volgen, óf voor 24 maart hartrevalidatie voorgeschreven hebben gekregen.
Karin Timm, bestuurslid van het Zorginstituut: “Het Zorginstituut zet zich al jaren actief in om verbeteringen door te voeren in de zorg voor mensen met pijn op de borst en boezemfibrilleren. We hebben helaas een punt moeten zetten achter dit traject dat al jaren duurt. Het hoort ook bij ook onze rol als pakketbeheerder om zorg die niet bewezen effectief is uit het basispakket van de zorgverzekering te halen. Zodat we in Nederland zorgcapaciteit en budget kunnen besteden aan zorg die wel gezondheidswinst bij patiënten oplevert.”
Alternatieve behandelingen
Hartrevalidatie is een intensief behandelprogramma van 6 tot 12 weken. Het programma wordt gegeven door een team van verschillende specialisten onder regie van een cardioloog. De focus ligt op de verbetering van het functioneren van patiënten met een hartaandoening in het dagelijks leven. En op het voorkomen dat een hartaandoening verergert. Losse onderdelen van hartrevalidatie kunnen nog steeds worden vergoed uit het basispakket voor patiënten met stabiele angina pectoris en atriumfibrilleren. Voorbeelden daarvan zijn: leefstijladviezen, stoppen met roken, psychologische zorg en voorlichting over de aandoening en hoe met de symptomen om te gaan.