© ChayTee / stock.adobe.com
Meer dan de helft van de huisartsenpraktijken, zo’n 60 procent, had in 2024 een patiëntenstop, terwijl 1 op de 20 Nederlanders op zoek is naar een (nieuwe) huisarts. Deze cijfers, afkomstig van de Algemene Rekenkamer, tonen aan dat de toegankelijkheid en continuïteit van de huisartsenzorg onder drukt staat. Dat terwijl de positie van de huisarts van cruciaal belang is voor de hele zorgketen in Nederland.
Opvolgingsproblematiek
Het branche-rapport De huisartsenmarkt in beeld, dat ABN AMRO vandaag publiceert, zet een aantal oorzaken van het probleem op een rij. Zo is er sprake van opvolgingsproblematiek, waar voorlopig nog geen einde aan lijkt te komen. Momenteel is 15 procent van de huisartsen ouder dan zestig jaar, waardoor de pensioengerechtigde leeftijd nabij komt. Een aantal praktijkhoudende huisartsen overweegt bovendien al eerder te stoppen.
Veel jonge huisartsen hikken aan tegen praktijkhouderschap, schrijven de analisten van ABN AMRO. Dat heeft te maken met de administratieve lasten, werk-privé-balans en hoge werkdruk. Wat dat laatste betreft: de zorgvraag wordt blijkens het rapport steeds complexer, onder meer door de vergrijzing en de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg.
Te weinig instroom
Bovendien zien jonge huisartsen zich geconfronteerd met een personeelstekort waar voorlopig geen einde aan komt. Zo verwacht meer dan de helft van de praktijken een tekort aan doktersassistenten. Ook komen er te weinig basisartsen van de huisartsenopleiding, blijkt uit de cijfers. Er zijn vanaf 2027 jaarlijks 1026 nieuwe huisartsen nodig, terwijl er naar verwachting 720 instromen. Dat komt neer op ongeveer een kwart.
Ondersteuning
De grote investering die huisartsen moeten doen om een praktijk over te nemen of te starten vormt ook een grote belemmering. Zorgverzekeraars kunnen daar een rol in spelen, door (meer) financieel te ondersteunen als een beginnende huisarts een nulpraktijk wil starten of een bestaande praktijk wil overnemen. De Landelijke Huisartsen Vereniging biedt begeleiding aan en ABN AMRO ziet als bank ook voor zichzelf een rol weggelegd.
Huisvesting
Huisvesting is ook een groot struikelblok, staat in het rapport. Dat is een landelijk probleem, dat in de steden het hardst gevoeld wordt. Door ruimtegebrek kunnen praktijken geen extra personeel aannemen, geen nieuwe huisartsen opleiden vanwege ruimte-eisen en geen nieuwe patiënten inschrijven. Ook staat het samenwerking in de weg, omdat multidisciplinaire centra een geschikt pand vereisen. De analisten wijzen erop dat huisartsen zelf verantwoordelijk zijn voor hun huisvesting, maar dat vanwege het maatschappelijk belang ook zorgverzekeraars en gemeenten een bijdrage moeten regelen. Die ontplooien dan ook diverse initiatieven om de huisartsen te helpen.
Samenwerking
ABN AMRO ziet in regionale samenwerking een belangrijke uitweg uit de benarde situatie waar de huisartsenzorg zich in bevindt. “De bank constateert dat Regionale Huisartsen Organisaties een steeds grotere rol spelen. “Ze fungeren als regionaal aanspreekpunt tussen zorgverzekeraars en andere partijen”, staat in het rapport. “Daarnaast ondersteunen ze huisartsen. Bijvoorbeeld bij de gezamenlijke inkoop van zorg voor chronisch zieke patiënten, praktijkstart, praktijkvoering, praktijkoverdracht, continuïteit van regionale huisartsenzorg, huisvesting en innovatie.” Ook de nauwere banden met het sociaal domein en het ontstaan van regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden zien de analisten als positief.
Aan de opkomst van ketens en commerciële partijen in de huisartsenzorg zitten volgens de bank twee kanten. Het biedt kansen, maar zorgt ook voor “terughoudendheid richting partijen die zich (te) commercieel opstellen”. Ook valt te lezen: “Daarnaast kunnen ze de continuïteit en toegankelijkheid van de huisartsenzorg verbeteren, maar ook leiden tot het verlies van autonomie op de werkvloer.”
Digitalisering
Tot slot wijst ABN AMRO op de voordelen die digitalisering en technologische ondersteuning biedt.” Digitale zorg kan de huisartsenzorg efficiënter en toekomstbestendiger maken, maar vervangt het fysieke contact met patiënten niet altijd. De huisartsenzorg van de toekomst is daarom hybride: een combinatie van fysiek en digitaal contact.” De schrijvers van het sectorbeeld erkennen dat digitale zorg niet per definitie efficiënter is en de werkdruk ook kan verhogen. Goede integratie, gebruiksvriendelijke systemen en voldoende ondersteuning voor zorgverleners en patiënten is daarom cruciaal.
Gematigd positief
Ondanks de (grote) problemen die in het branche-rapport genoemd staan, ziet de bank voldoende redenen om niet te wanhopen, de strekking is gematigd positief. “Samenwerking in de regio, ondersteuning bij praktijkvoering en gerichte investeringen zijn cruciaal om de sector te versterken”, zegt sectorspecialist Mart Cents. “Ook digitale zorg wordt steeds meer een vanzelfsprekend onderdeel van de huisartsenzorg. Dat draagt bij aan een efficiënte verdeling van taken en capaciteit, meer werkplezier en aan een toekomstbestendige zorg.”

