Dat zei arts en microbioloog Jan Kluytmans, destijds verbonden aan het Amphia-ziekenhuis in Breda, tijdens zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona.
‘Zucht van verlichting’
“Het was één voor twaalf”, zei Kluytmans. Als destijds niet besloten was dat ziekenhuizen elders in het land verplicht werden patiënten over te nemen als zij zelf nog ruimte hadden, zouden ziekenhuizen in Brabant zijn “overgelopen”. Na het besluit slaakte hij naar eigen zeggen “een zucht van verlichting”.
Het coronabeleid was er volgens Kluytmans primair op gericht ‘code zwart’ te voorkomen, een situatie waarin artsen niet iedereen meer kunnen helpen en moeten kiezen wie de beste kans heeft om er goed uit te komen. “Ik ben heel blij dat we dat in Nederland hebben kunnen voorkomen”, zei Kluytmans. Hij hoort van Italiaanse collega’s die wel in die situatie kwamen, dat die daar nog altijd last van hebben.
Improvisatievermogen
Dat de zorg de crisis uiteindelijk goed is doorgekomen, is volgens Kluytmans ook te danken aan een zeker improvisatievermogen. Ook als daarbij regels opzij werden gezet, ging het “wonderbaarlijk goed”, vindt hij. Kluytmans vindt dat iets om over na te denken. “Ik denk dat we veel meer ruimte hebben om regels los te laten.”
De eerste lockdown, die medio maart 2020 inging, was volgens Kluytmans “erg effectief” in het terugdringen van de verspreiding en het ontlasten van de zorg. “Begin juni was het heel erg goed onder controle”, zei hij. Daardoor kon ook zorg die in de eerste coronagolf was blijven liggen, alsnog geleverd worden.