Belastingadviseur Nino Arzini (EY) legt uit: “Het oordeel van het Gerecht komt er in het kort op neer dat ook als sprake is van een btw fiscale eenheid, alleen de entiteit die is ‘erkend’ gebruik kan maken van de onderwijs- of zorgvrijstelling. Dat is op zich in lijn met de Nederlandse praktijk en daarmee lijken de financiële gevolgen op het eerste gezicht beperkt.”
Het arrest komt voort uit een zaak over de btw-vrijstelling voor 24-uurszorg verleend door een fiscale eenheid van een zorginstelling en haar dochterondernemingen. De vraag was of als een entiteit binnen deze fiscale eenheid vrijgesteld is van btw, dit automatisch geldt voor alle entiteiten in de eenheid. Of juist andersom, dat wanneer één of meer van de entiteiten geen btw-vrijstelling heeft, dat automatisch betekent dat álle organisaties in de eenheid hun vrijstelling verliezen. De Hoge Raad besloot in een uitspraak in 2025 hierover vragen neer te leggen bij het Gerecht van de Europese Unie.
Arzini: ‘Het Gerecht stelt nu dat alleen de vrijgestelde instellingen hun vrijstelling behouden en zo werd dat ook veelal gedaan in Nederland. Ik kan niet helemaal uitsluiten dat er partijen zijn in de onderwijssector of zorgsector die tot nu toe hebben gehandeld op basis van een andere interpretatie van de Nederlandse wet. Bijvoorbeeld door de btw-vrijstelling ruimer toe te passen. Voor die partijen heeft deze uitspraak wel impact.”
