Beeld: Andrey Popov/stock.adobe.com
Tegen de tandartstarieven tekenden brancheorganisaties, mondzorgpraktijken, tandartsen, mondhygiënisten en tandprothetici bezwaar aan bij de NZa. Twistpunt is het kostprijsonderzoek waarop de NZa de tarieven heeft gebaseerd.
Grondig en navolgbaar
Volgens de zorgautoriteit is het kostprijsonderzoek grondig en navolgbaar uitgevoerd. De NZa concludeert dat de tarieven voor de tandheelkundige zorg gemiddeld kostendekkend zijn.
De tandartsen hebben eerder al laten weten naar de rechter te stappen voor betere tarieven. Zij stellen dat veel vragen in het onderzoek onbeantwoord zijn gebleven. Het gaat dan om de waardering van praktijkovernames, huisvestingskosten en de verrekening van arbeidsinzet van praktijkhouders.
Ggz krijgt deels gelijk
Ook tegen de tarieven in de ggz en forensische zorg is door zorgaanbieders, beroepsverenigingen, branchepartijen en zorgverzekeraars bezwaar aangetekend. Tijdens die bezwaarprocedure heeft de NZa het kostprijsonderzoek herbeoordeeld en de bezwaren op drie punten gedeeltelijk gegrond verklaard en de andere bezwaren afgewezen.
Eerstelijnstdiagnostiek
Enkele tarieven voor vrijgevestigde praktijken zijn aangepast. Het gaat hierbij om tarieven voor consulten van vrijgevestigde verpleegkundig specialisten, psychiaters en vaktherapeuten. Er komt onder andere een hogere vergoeding voor de kosten voor eerstelijns diagnostiek zoals laboratoriumonderzoek en de arbeidsinzet van praktijkhouders.
Zorgverzekeraars
De NZa heeft de nieuwe tarieven vastgesteld in een herziene tariefbeschikking voor 2026. “Deze vervangt de tot nu toe geldende tarieven met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. De tarieven die de NZa afgeeft, zijn tarieven die gemiddeld kostendekkend moeten zijn, waarbinnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders een tarief overeenkomen. Het is aan zorgverzekeraars en zorgaanbieders om te bepalen welke gevolgen een nieuwe tariefbeschikking heeft, bijvoorbeeld voor hun contractafspraken. Zij kunnen nieuwe afspraken maken, maar er ook voor kiezen om dit niet te doen. Dit valt binnen de onderhandelingsruimte die zij met elkaar hebben”, aldus de Zorgautoriteit.
