Een student van een zorgopleiding zoekt zelf een leerbedrijf en meldt dit bij de stagebegeleider van de school. Die stelt een praktijkovereenkomst op, die wordt ondertekend door de student, de stagebegeleider en de praktijkopleider van het leerbedrijf. Het contact tussen de praktijkopleider en de stagebegeleider verloopt in eerste instantie goed. Online afspraken via Teams zijn geen probleem, maar een bezoek aan het leerbedrijf blijkt steeds lastig te plannen. Soms wordt voorgesteld af te spreken op een neutrale locatie, zoals een wegrestaurant, of op een extern kantoor. In een ander geval blijft het bezoek beperkt tot het openbare restaurant van de zorginstelling.
Opvallend is dat de stagebegeleider in geen van deze situaties cliënten ziet of de student aan het werk ziet. Wanneer een stagebegeleider zijn twijfels onderzoekt, blijkt het e-mailadres van de praktijkopleider net af te wijken van dat van het leerbedrijf. Contact met de centrale contactpersoon maakt duidelijk dat de praktijkopleider daar helemaal niet bekend is. De student blijkt onderdeel van een grote groep studenten die nooit stage heeft gelopen bij het leerbedrijf. De studenten hebben wel allemaal een stagebeoordeling en diploma ontvangen.
Systeemzwaktes aangetoond
Deze casus toont aan waar het op grote schaal fout gaat bij mbo- en hbo-zorgopleidingen. Stagelopen mag alleen bij een leerbedrijf dat erkend is door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Het SBB heeft echter onvoldoende bevoegdheden om de kwaliteit van leerbedrijven te borgen, malafide bedrijven te weren en eventueel erkenningen in te trekken.
Daarnaast is de zorgsector financieel aantrekkelijk. In de diverse schakels van de zorgketen is het te makkelijk om misbruik te maken van het systeem en van de organisaties en mensen in dat systeem om er geld aan te verdienen. Door veel personeelswisseling en -tekorten in de zorg komen de continuïteit en kwaliteit van de zorgexamens onder druk te staan.
Zo is er een onderlinge afhankelijkheid tussen onderwijsinstellingen, leerbedrijven en examenleveranciers voor de kwaliteit van uitvoering van examens in de praktijk. Die kwaliteit is onvoldoende in beeld bij de onderwijsinstellingen omdat de examens veelal bij het leerbedrijf worden afgenomen en beoordeeld worden door de praktijkopleider. En leerbedrijven zijn weer afhankelijk van onderwijsinstellingen en examenleveranciers voor informatie en instructies over deze examens.
Ontoereikend
Inspecteur-generaal van het Onderwijs Alida Oppers pleit voor meer bevoegdheden voor het SBB en betere samenwerking tussen zorg en onderwijs. “Het onderwijs is relatief onbekend met praktijken als ondermijning, omkoping, afpersing, intimidatie et cetera. Verschillende lagen en medewerkers binnen de onderwijsinstelling kunnen doelwit zijn. Zowel individuele medewerkers als de onderwijsinstelling als geheel weten niet altijd hoe ze diplomafraude kunnen signaleren of bestrijden en hoe ze met de gevolgen moeten omgaan.”
