• Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier
Abonneer u nu op dé podcast door de redactie van Skipr en Zorgvisie over de gezondheidszorg in Nederland Beluister de afleveringen van Voorzorg hier

Reader Interactions

Reacties 3

  1. Siebren

    Lijkt me goed dat we bij de feiten blijven. Als je de uitspraak leest blijkt dat de voorzieningen rechter geen enkele uitspraak heeft gedaan over de tarieven. De rechter zegt deze eis nu niet te kunnen beoordelen, want dat vergt onderzoek dat in een kort geding niet past. De rechter heeft eerst getoetst op het spoedeisende karakter van het kort geding.
    De reactie van de zorgverzekeraars is tenenkrommend, “zorgvuldige afweging te maken tussen passende vergoedingen voor zorgaanbieders en betaalbare premies voor verzekerden”. Ze spelen een dubieus spelletje door de verzekerde er bij te betrekken, en gaan voorbij aan dat een onafhankelijke organisatie een kostprijsberekening heeft gemaakt. Hieruit blijkt dat de aangeboden tarieven 40% onder de kosten zitten die de fysiotherapeut maakt. Hoezo passend? Passend voor wie? En komt het er op neer dat als de zorgverzekeraar commercieel wil concurreren met de premie, ze gewoon zorgaanbieders ver onder de kostprijs kunnen gaan vergoeden…

  2. Koos Dirkse

    Wanneer de slager zijn eigen vlees keurt

    Dit vonnis legt pijnlijk bloot hoe scheef het Nederlandse zorgstelsel is: niet de inhoud, maar een procedureel detail bepaalt de uitkomst. De rechter oordeelt niet dat de tarieven eerlijk zijn, maar wijst de zaak af omdat er zogenaamd geen spoed is.

    Ondertussen sluiten fysiotherapiepraktijken hun deuren, verlaten zorgverleners het vak en neemt de druk op de eerstelijnszorg jaar na jaar toe. Iedereen ziet het gebeuren, behalve het systeem zelf.

    Het grootste probleem is dat de overheid haar verantwoordelijkheid grotendeels heeft overgedragen aan de zorgverzekeraars. Zij bepalen met hun inkoopbeleid welke tarieven worden betaald en onder welke voorwaarden zorgverleners mogen werken. Voor veel praktijken is er nauwelijks een reëel alternatief. Wie niet tekent, loopt een groot deel van zijn patiënten mis. Van een gelijkwaardige onderhandeling is dan geen sprake.

    Zorgverzekeraars zeggen een evenwicht te moeten vinden tussen goede zorg en betaalbare premies. In de praktijk ervaren veel zorgverleners echter dat de nadruk vooral ligt op kostenbeheersing. Wanneer tarieven jarenlang achterblijven bij de werkelijke kosten, wordt niet alleen de beroepsgroep uitgehold, maar uiteindelijk ook de zorg voor de patiënt.

    En dan is er nog de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Formeel is zij de onafhankelijke toezichthouder die moet waken over een goed functionerend zorgstelsel. Maar steeds meer zorgverleners vragen zich af waar die onafhankelijkheid in de praktijk zichtbaar is. Wanneer zorgverzekeraars jaar na jaar de tarieven bepalen en complete beroepsgroepen aangeven dat zij financieel vastlopen, verwacht je een toezichthouder die ingrijpt of ten minste kritisch onderzoekt wat er misgaat. In plaats daarvan concludeert de NZa dat de sector ‘over het algemeen goed functioneert’, omdat patiënten nog niet massaal voor een dichte deur staan. Daarmee kijkt zij vooral naar de gevolgen voor de patiënt van vandaag en veel minder naar de afbraak van de zorg van morgen. Een toezichthouder die pas alarm slaat wanneer het systeem al is vastgelopen, loopt achter de feiten aan.

    Opvallend is ook dat één voorzieningenrechter in een kort geding beslist over een dossier dat draait om complexe economische, financiële en zorginhoudelijke vraagstukken. Dat betekent niet dat de rechter onbekwaam is, maar wel dat één procedure en één rechter een enorme invloed kunnen hebben op een sector waarin duizenden zorgverleners en miljoenen patiënten afhankelijk zijn van de uitkomst. De rechter baseert zich daarbij mede op een rapport van de NZa. Zo ontstaat de indruk dat instanties elkaar bevestigen, terwijl de mensen op de werkvloer al jaren een heel ander verhaal vertellen.

    De overheid verschuilt zich achter de zorgverzekeraars, de zorgverzekeraars beroepen zich op betaalbare premies, de NZa verklaart dat het systeem nog functioneert en de rechter verwijst vervolgens naar diezelfde NZa. Zo houdt het systeem zichzelf in stand. De fysiotherapeut blijft achter met stijgende kosten, een groeiende werkdruk en tarieven die volgens velen al jarenlang onvoldoende zijn.

    De grote verliezer is uiteindelijk niet de fysiotherapeut, maar de patiënt. Want zonder gezonde zorgverleners bestaat er uiteindelijk ook geen toegankelijke zorg.

    Als de politiek werkelijk vindt dat goede eerstelijnszorg onmisbaar is, dan moet zij ook de verantwoordelijkheid nemen om daarvoor eerlijke randvoorwaarden te creëren. De zorg mag niet uitsluitend worden gestuurd vanuit contracten, marktmacht en financiële modellen. Zij moet in de eerste plaats worden gestuurd vanuit het belang van de patiënt én van de professionals die die zorg dagelijks leveren.

Dat is de uitspraak die de kort gedingrechter zojuist heeft gedaan.