‘Uitholling fysiotherapiebranche’
Volgens de ruim 1600 fysiotherapeuten die het kort geding hadden aangespannen, heeft het inkoopbeleid van de vier grootste zorgverzekeraars de afgelopen jaren heeft geleid tot uitholling van de fysiotherapiebranche. De tarieven voor fysiotherapeuten in de eerste lijn zijn te laag en de markt functioneert niet. De vier grote zorgverzekeraars zien dat anders: zij hebben het tariefniveau jaarlijks geactualiseerd “met toereikende indexering”.
De fysiotherapeuten vroegen om een tariefverhoging van 45,2 procent. Volgens een berekening van de zorgverzekeraars zou dat leiden tot een kostenstijging van meer dan 934 miljoen euro per jaar en een forse premiestijging van de basisverzekering.
Lees op Zorgvisie: Fysiotherapeuten dagen zorgverzekeraars om afbraaktarieven
De uitspraak
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de fysiotherapiepraktijken de lat voor het vereiste spoedeisend belang in dit kort geding niet hebben gehaald. Zij hebben onvoldoende aannemelijk weten te maken dat er op dit moment sprake is van een acute noodsituatie. De zorgverzekeraars stellen volgens de rechter terecht dat niet aannemelijk is gemaakt dat fysiotherapeuten door de tarieven op dit moment in dusdanig zwaar weer verkeren, dat het merendeel van hen op korte termijn in hun voorbestaan wordt bedreigd.
Hoewel volgens de fysiotherapiepraktijken al zo’n twintig jaar sprake is van irreële tarieven, hebben zij nu pas een rechtszaak aangespannen. Dit roept de vraag op waarom van de fysiotherapiepraktijken op dit moment niet zou kunnen worden gevergd dat zij de uitkomsten van een eventuele bodemprocedure over die tarieven afwachten.
NZa
Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de NZa de situatie in de fysiotherapiesector nog recent heeft onderzocht en dat de NZa het standpunt van de fysiotherapeuten niet onderschrijft. De fysiotherapiesector functioneert volgens de NZa op dit moment zelfs “over het algemeen goed”. Er zijn volgens de NZa geen acute signalen van verminderde toegankelijkheid en er zijn geen structurele problemen zichtbaar in de zin van wachttijden, bereikbaarheid of het beschikbare aanbod. “Tegelijkertijd laten de onderliggende trends, zoals achterlopende beloning voor eerstelijnsfysiotherapeuten in loondienst, financiële druk bij (sommige) praktijken en geleidelijke toename van de uitstroom, zien dat de sector kwetsbaar is.”
Lees ook op Zorgvisie: Fysiotherapie kan fluiten naar minimumtarieven
Reactie fysiotherapeuten
Koen Mous, advocaat-partner Dirkzwager, laat weten dat de fysiotherapeuten zich nog beraden op eventuele vervolgstappen. “In feite heeft de rechter de zaak afgedaan op grond van onvoldoende spoedeisend belang. Een inhoudelijk oordeel is nog niet gegeven. Wij plaatsen vraagtekens bij de conclusie dat sprake is van onvoldoende spoedeisend belang. Het ontbreken van dit belang wordt vooral onderbouwd aan de hand van een recent NZa-rapport, maar dat rapport ziet op de toegankelijkheid van fysiotherapie voor patiënten en niet op de gezondheid van de branche; en al helemaal niet op de situatie waarin veel praktijken zich bevinden.
We hebben in de kortgedingprocedure ook gewezen op diverse ontwikkelingen in de markt die laten zien dat fysiotherapiepraktijken wel degelijk ernstig in de knel zijn gekomen. We achten de kans reëel dat in een eventueel hoger beroep wel een inhoudelijk oordeel gegeven zal worden over de ontoereikende tarieven. Om die reden zullen we ook die variant in overweging nemen.”
Reactie zorgverzekeraars
De advocaten van de vier zorgverzekeraars: Zilveren Kruis, CZ, VGZ en Menzis laten weten te hebben kennisgenomen van de uitspraak van de voorzieningenrechter, die de vorderingen van de fysiotherapiepraktijken heeft afgewezen.
“We begrijpen dat er binnen de sector zorgen leven over de financiële positie van sommige praktijken en de toekomst van het vak. Tegelijkertijd hebben zorgverzekeraars de verantwoordelijkheid om bij het maken van contractafspraken een zorgvuldige afweging te maken tussen passende vergoedingen voor zorgaanbieders en betaalbare premies voor verzekerden. Ons uitgangspunt blijft dat verzekerden kunnen rekenen op toegankelijke, kwalitatief goede en betaalbare fysiotherapeutische zorg. Daarom blijven wij ook in de toekomst graag in gesprek met vertegenwoordigers van de sector over de uitdagingen waarvoor de fysiotherapie staat.”

Lijkt me goed dat we bij de feiten blijven. Als je de uitspraak leest blijkt dat de voorzieningen rechter geen enkele uitspraak heeft gedaan over de tarieven. De rechter zegt deze eis nu niet te kunnen beoordelen, want dat vergt onderzoek dat in een kort geding niet past. De rechter heeft eerst getoetst op het spoedeisende karakter van het kort geding.
De reactie van de zorgverzekeraars is tenenkrommend, “zorgvuldige afweging te maken tussen passende vergoedingen voor zorgaanbieders en betaalbare premies voor verzekerden”. Ze spelen een dubieus spelletje door de verzekerde er bij te betrekken, en gaan voorbij aan dat een onafhankelijke organisatie een kostprijsberekening heeft gemaakt. Hieruit blijkt dat de aangeboden tarieven 40% onder de kosten zitten die de fysiotherapeut maakt. Hoezo passend? Passend voor wie? En komt het er op neer dat als de zorgverzekeraar commercieel wil concurreren met de premie, ze gewoon zorgaanbieders ver onder de kostprijs kunnen gaan vergoeden…
Wanneer de slager zijn eigen vlees keurt
Dit vonnis legt pijnlijk bloot hoe scheef het Nederlandse zorgstelsel is: niet de inhoud, maar een procedureel detail bepaalt de uitkomst. De rechter oordeelt niet dat de tarieven eerlijk zijn, maar wijst de zaak af omdat er zogenaamd geen spoed is.
Ondertussen sluiten fysiotherapiepraktijken hun deuren, verlaten zorgverleners het vak en neemt de druk op de eerstelijnszorg jaar na jaar toe. Iedereen ziet het gebeuren, behalve het systeem zelf.
Het grootste probleem is dat de overheid haar verantwoordelijkheid grotendeels heeft overgedragen aan de zorgverzekeraars. Zij bepalen met hun inkoopbeleid welke tarieven worden betaald en onder welke voorwaarden zorgverleners mogen werken. Voor veel praktijken is er nauwelijks een reëel alternatief. Wie niet tekent, loopt een groot deel van zijn patiënten mis. Van een gelijkwaardige onderhandeling is dan geen sprake.
Zorgverzekeraars zeggen een evenwicht te moeten vinden tussen goede zorg en betaalbare premies. In de praktijk ervaren veel zorgverleners echter dat de nadruk vooral ligt op kostenbeheersing. Wanneer tarieven jarenlang achterblijven bij de werkelijke kosten, wordt niet alleen de beroepsgroep uitgehold, maar uiteindelijk ook de zorg voor de patiënt.
En dan is er nog de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Formeel is zij de onafhankelijke toezichthouder die moet waken over een goed functionerend zorgstelsel. Maar steeds meer zorgverleners vragen zich af waar die onafhankelijkheid in de praktijk zichtbaar is. Wanneer zorgverzekeraars jaar na jaar de tarieven bepalen en complete beroepsgroepen aangeven dat zij financieel vastlopen, verwacht je een toezichthouder die ingrijpt of ten minste kritisch onderzoekt wat er misgaat. In plaats daarvan concludeert de NZa dat de sector ‘over het algemeen goed functioneert’, omdat patiënten nog niet massaal voor een dichte deur staan. Daarmee kijkt zij vooral naar de gevolgen voor de patiënt van vandaag en veel minder naar de afbraak van de zorg van morgen. Een toezichthouder die pas alarm slaat wanneer het systeem al is vastgelopen, loopt achter de feiten aan.
Opvallend is ook dat één voorzieningenrechter in een kort geding beslist over een dossier dat draait om complexe economische, financiële en zorginhoudelijke vraagstukken. Dat betekent niet dat de rechter onbekwaam is, maar wel dat één procedure en één rechter een enorme invloed kunnen hebben op een sector waarin duizenden zorgverleners en miljoenen patiënten afhankelijk zijn van de uitkomst. De rechter baseert zich daarbij mede op een rapport van de NZa. Zo ontstaat de indruk dat instanties elkaar bevestigen, terwijl de mensen op de werkvloer al jaren een heel ander verhaal vertellen.
De overheid verschuilt zich achter de zorgverzekeraars, de zorgverzekeraars beroepen zich op betaalbare premies, de NZa verklaart dat het systeem nog functioneert en de rechter verwijst vervolgens naar diezelfde NZa. Zo houdt het systeem zichzelf in stand. De fysiotherapeut blijft achter met stijgende kosten, een groeiende werkdruk en tarieven die volgens velen al jarenlang onvoldoende zijn.
De grote verliezer is uiteindelijk niet de fysiotherapeut, maar de patiënt. Want zonder gezonde zorgverleners bestaat er uiteindelijk ook geen toegankelijke zorg.
Als de politiek werkelijk vindt dat goede eerstelijnszorg onmisbaar is, dan moet zij ook de verantwoordelijkheid nemen om daarvoor eerlijke randvoorwaarden te creëren. De zorg mag niet uitsluitend worden gestuurd vanuit contracten, marktmacht en financiële modellen. Zij moet in de eerste plaats worden gestuurd vanuit het belang van de patiënt én van de professionals die die zorg dagelijks leveren.
Jammer van deze enorm populistische en onware titel; waarom nu zo?
Zie teksten Siebren ook bij deze reacties en zie : https://www.linkedin.com/posts/rhoogland_rechter-erkent-structureel-lage-tarieven-share-7478473677060263937-1lzq/?utm_source=share&utm_medium=member_desktop&rcm=ACoAAAq-UxoBE23km9Lv8ZOlD3v4Y68X9eI8eu8