De nieuwe wetgeving dwingt werkgevers om flexwerkers in de toekomst contracten met vooraf vastgelegde uren aan te bieden. Hoewel ActiZ het uitgangspunt van meer inkomenszekerheid voor werknemers zegt te ondersteunen, sluit de wet volgens de branchevereniging onvoldoende aan bij de dagelijkse praktijk in de zorg.
Oplossing in plaats van probleem
Veel medewerkers in de ouderenzorg zouden namelijk bewust kiezen voor de flexibiliteit van een nulurencontract. Het stelt hen in staat om hun diensten te combineren met andere intensieve verplichtingen, zoals een tweede baan, een complexe thuissituatie of mantelzorg.
“Voor een deel van de zorgprofessionals is flexibiliteit geen gebrek aan zekerheid, maar juist de reden waarom zij in de zorg kunnen blijven werken”, benadrukt ActiZ-voorzitter Anneke Westerlaken. Zij stelt dat er in Den Haag onvoldoende is gekeken naar sectoren waar het oproepcontract juist een oplossing biedt in plaats van een probleem is.
Stijgende kosten en organisatorische druk
Naast de zorgen over het behoud van personeel, waarschuwt de branchevereniging ook voor de financiële en organisatorische impact. Om toch gaten in de roosters te kunnen dichten, zullen zorginstellingen naar verwachting vaker moeten terugvallen op duurdere alternatieven.
“Niet alleen zullen kosten stijgen door meer gebruik van uitzendkrachten of detachering, maar het gaat opnieuw veel creativiteit vragen van de sector om de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg te blijven organiseren”, aldus Westerlaken. Nu het besluit in de Eerste Kamer definitief is, is het voor ActiZ de grote vraag hoe de sector de komende jaren nog voldoende mensen aan zich weet te binden om de toenemende vraag naar ouderenzorg aan te kunnen.
Lees ook: Minister: Flexibiliteit in de zorg kan prima zonder nulurencontract
